Papers, scripties en verslagen maken voor studie, stage en werk

 

Scripties en verslagen maken voor studie en opleiding

Afstudeerverslag - Eindscriptie - Opzet - Hoofdvraag en Hypothese - Opdracht - Paper - Stageverslag - Scriptievoorbereiding

Inhoud: o.a

  • Wat is een masterscriptie of bachelorwerkstuk?
  • Hoe begin je aan je scriptie of afstudeeronderzoek, en hoe kies je een onderwerp of vraagstelling?
  • Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een opzet voor een afstudeerscriptie?
  • Hoe voer je het onderzoek voor je scriptie of afstudeerverslag uit?
  • Hoe rond je een scriptie of afstudeeronderzoek af?
  • Hoe ga je om met movitatie, planning en studiebegeleiding tijdens je scriptie?
  • Studeren en afstuderen in het buitenland?
  • Studeren en afstuderen in het buitenland verzekeren?
Wat is een masterscriptie of bachelorwerkstuk?

Wat is een masterscriptie of bachelorwerkstuk?

  • Een scriptie is een verslag van een onderzoek of stage. Met de scriptie sluit je je opleiding af. Elke hbo of universiteit stelt zo zijn eigen eisen aan dit verslag. Zo richt een hbo-scriptie zich vaak op advies bij een praktijkprobleem. Een universitaire scriptie is in het algemeen een verslag van een zelfstandig uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek.
Hoe begin je aan je scriptie of afstudeeronderzoek, en hoe kies je een onderwerp of vraagstelling?

Hoe begin je aan je scriptie of afstudeeronderzoek, en hoe kies je een onderwerp of vraagstelling?

  • De oriëntatiefase is de eerste stap en is al gaande voordat je daadwerkelijk met je afstudeeronderzoek start. In deze fase zoek je uit wat de eisen en richtlijnen zijn voor je onderzoek en scriptie, denk je na over een onderwerp en begin je met het afbakenen van je onderwerp en onderzoeksvragen.

Wat zijn de richtlijnen voor een scriptie of afstudeeronderzoek?

  • Voordat je aan je afstudeeronderzoek en scriptie begint is het van groot belang dat je weet wat er van je verwacht wordt. Informeer over de richtlijnen en vereisten aan een scriptie om op de hoogte te zijn voordat je begint aan je onderzoek. Achterhaal bijvoorbeeld hoeveel tijd en studiepunten er staan voor je afstudeertraject en scriptie. Dit heeft consequenties voor de omvang van je onderzoek, de afbakening van je onderwerp en je tijdsplanning.
  • Zoek uit of er richtlijnen zijn voor de omvang van je scriptie, voor de hoeveelheid literatuur die je dient te gebruiken en welke typen onderzoek relevant zijn en zijn toegestaan.
  • Daarnaast kun je ook alvast uitzoeken of het mogelijk is je onderzoek en scriptie te combineren met een stage, of je het onderzoek in opdracht van een bedrijf kunt uitvoeren, of dat het toegestaan is in het buitenland onderzoek te doen. In deze fase is het belangrijk uit te vinden wat je mogelijkheden zijn, zodat je deze kennis mee kunt nemen in het kiezen van een onderwerp en bij de vormgeving van je afstudeertraject.
  • In de meeste gevallen brengt een vakgroep, faculteit en/of universiteit een document uit waarin alle richtlijnen en vereisten voor een afstudeeronderzoek beschreven staan.
  • Het is aan te raden om dit document al voor je aan je afstudeeronderzoek begint door te lezen en indien deze informatie niet beschikbaar is de richtlijnen en vereisten na te vragen bij je toekomstige begeleider of studieadviseur.

Hoe kies je een onderwerp voor je scriptie of afstudeeronderzoek

  • Laten we beginnen met het goede nieuws: voor je grootste onderzoek tot nu heb je de vrijheid om je eigen onderwerp te kiezen, dus maak daar ook gebruik van! Tegenslagen tijdens je scriptie zullen er altijd zijn, maar je maakt het jezelf een stuk makkelijker als je een onderwerp kiest wat je leuk en interessant vindt.
  • Begin al een paar maanden voor de aanvang van je scriptie traject met nadenken over onderwerpen. Houd je ogen en oren open voor interessante krantenartikelen, tijdens discussies in de kroeg en colleges van die bevlogen docent. In wetenschappelijke artikelen en boeken worden vaak aanwijzingen gegeven voor interessante vragen om het onderzoek te vervolgen. Bevraag vrienden en ouderejaars over hoe zij een keuze hebben gemaakt en wat wel en niet goed is gegaan, zodat je van hun goede tips (maar ook van hun fouten!) kunt leren.
  • Maak voor jezelf een lijstje met een top 3 van onderwerpen. Houd bij de keuze van een onderwerp altijd de volgende punten in gedachten:
    • je persoonlijke interesse
    • maatschappelijke relevantie
    • wetenschappelijke relevantie
    • passend binnen het onderzoek van je vakgroep of werkgebied van je (potentiële) begeleider
  • Op het moment dat je een lijstje met een aantal interessante onderwerpen hebt is het tijd om je plannen eens door te spreken met een docent die onderzoek doet in dat vakgebied en/of je (potentiële) begeleider.
  • Neem een middag de tijd om te brainstormen; schrijf een onderwerp dat je aanspreekt op een groot vel papier en schrijf daaromheen begrippen die bij dat onderwerp passen. Op deze manier kun je snel ideeën verzamelen en uitzoeken welke begrippen met het onderwerp te maken hebben en misschien interessant zijn als insteek voor het exacte onderwerp van je scriptie. Deze brainstorm kan als input dienen voor de meer gestructureerde versie van een brainstorm
  • Als je eenmaal een onderwerp hebt gekozen is het tijd om dat onderwerp ook voldoende af te bakenen, zodat je duidelijkheid krijgt over wat je precies gaat onderzoeken en je probleemstelling en onderzoeksvraag vorm kunnen krijgen.

Hoe kan je een scriptie of afstudeeronderzoek afbakenen?

  • Om je onderwerp af te bakenen begin je met het verzamelen en doorlezen van relevante literatuur en achtergrondinformatie. In deze fase brainstorm je over je gekozen onderwerp; je zoekt naar mogelijke invalshoeken en leert de literatuur rond dit onderwerp kennen. Het is aan te raden om voor jezelf een overzicht te houden van interessante inzichten en belangrijke thema’s binnen je gekozen onderwerp. Dit kun je doen door middel van aantekeningen of het maken van een mindmap (zie Figuur 1). In een mindmap ga je vanuit het centrale onderwerp brainstormen en zet je alles wat in je opkomt, of wat je in de literatuur tegenkomt op papier. Nadien kun je deze termen gaan categoriseren en deel je je onderwerp op in sub-onderwerpen. Een overzicht van het onderzoek dat is gedaan naar het onderwerp dat je hebt gekozen helpt je om uit te vinden welke kennislacunes er zijn en welke actuele kwesties gerelateerd zijn aan het onderwerp. Door een globaal literatuuronderzoek weet je welke vragen er spelen en waar je relevante literatuur kunt vinden. Dit inzicht heb je nodig om toe te werken naar een scherpe probleemstelling en onderzoeksvraag.
  • Vraag jezelf tijdens het afbakenen van je onderzoek kritisch af of je plannen realistisch en haalbaar zijn in relatie tot de tijd die beschikbaar is voor je afstudeeronderzoek. Je zult niet de eerste student zijn die met té grote ambities aan een afstudeeronderzoek begint, om later teleurgesteld tot het inzicht te komen dat je scriptie niet het Nobelprijs-winnende materiaal is dat je gehoopt had. Het is belangrijk om met je begeleider en mede-studenten te overleggen over de haalbaarheid van je plannen. Daarnaast kan het helpen om in je tijdsplanning verschillende deeltaken met een eigen deadline op te nemen, zodat je gaandeweg je tijdsplanning in de gaten houdt en op tijd vertraging of andere problemen opmerkt.

Wat zijn de SMART doelen en hoe kan je die inzetten?

  • Een hulpmiddel kan zijn om SMART doelen te stellen. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:
  1. Specifiek: met duidelijke doel- en probleemstelling.
    • Wat wil je bereiken? Wie zijn erbij betrokken? Waar ga je het doen? Wanneer gebeurt het? Welke delen van de doelstelling zijn essentieel? Waarom wil je dit doel bereiken?
  2. Meetbaar: met duidelijkheid over de voorwaarden en uiteindelijke vorm van je scriptie.
    • Hoeveel ga je doen? Hoe kun je dat meten? Welke methode en procedure kies je om te bepalen of, en in welke mate, het doel op een bepaald moment bereikt is? Welke vorm krijgt je scriptie?
  3. Aanvaardbaar: volgens de regels die zijn afgesproken met je docent/begeleider.
    • Wat zijn de regels en richtlijnen? Welke afspraken maak je met je begeleider? Hoe zorg je dat je je aan deze afspraken houdt? Wat gebeurt er als je je niet aan de afspraken houdt?
  4. Realistisch: haalbaar binnen de beschikbare tijd.
    • Hoeveel tijd staat er voor je afstudeeronderzoek? Wat ga je wanneer doen? Wat doe je als je planning niet blijkt te kloppen?
  5. Tijdgebonden: duidelijkheid over wat wanneer af moet zijn.
    • Wanneer moet je je scriptie inleveren? Welke afspraken maak je met je begeleider? Wat gebeurt er als je je scriptie niet op tijd inlevert?
Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een opzet voor een afstudeerscriptie?

Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een opzet voor een afstudeerscriptie?


Een onderzoeksvoorstel bestaat uit een aantal onderdelen. In de meeste gevallen geef je in je onderzoeksvoorstel een eerste overzicht van de literatuur over je onderwerp, uitmondend in een probleemstelling en onderzoeksvragen. Je hoofdvraag splits je op in een aantal deelvragen. Je geeft aan hoe je de onderzoeksvragen die je hebt voorgesteld denkt te gaan onderzoeken: je beschrijft je onderzoeksmethoden. Daarnaast presenteer je een globale inhoudsopgave: een indeling van de hoofdstukken waarin je de structuur van je scriptie aangeeft en de verschillende deelvragen behandelt. Ten slotte maak je een tijdsplanning, waarin je aangeeft welke werkzaamheden je wanneer gaat doen, wanneer je (deel)hoofdstukken af wilt hebben, en welke inlevermomenten je afspreekt.

  • Wat is de probleemstelling?
  • Wat zijn veel gebruikte onderzoeksmethoden?
  • Hoe maak ik een opzet en tijdsplanning voor mijn scriptie?

Wat is een probleemstelling en wat is het conceptueel model?

De belangrijkste overwegingen bij het formuleren van een probleemstelling is dat deze specifiek en relevant moet zijn. Om tot een specifieke probleemstelling te komen kun je je onderwerp afbakenen in termen van tijd, plaats en doelgroep (zie Box 1 voor een voorbeeld). Vragen zoals: “Wat is het probleem?”, “Waarom is dit een probleem?” en “Voor wie is dit belangrijk?” kunnen je helpen bij het formuleren van een relevante probleemstelling. Gebruik de 5 W’s en 1 H om vragen te formuleren die je helpen bij het specificeren van je probleemstelling: Wie? Wat? Waar? Waarom? Wanneer? Hoe?

Op het moment dat je je probleemstelling formuleert heb je al groot inzicht in de samenhang tussen verschillende concepten die van belang zijn binnen het onderwerp dat centraal staat in jouw afstudeeronderzoek. Voor de formulering van je hoofdvraag, deelvragen en eventuele hypothese kan het van pas komen om een conceptueel model op papier te zetten (zie Box 1 voor een voorbeeld). Een eerder gemaakte mindmap kan hierbij als input van pas komen. In een conceptueel model worden verschillende elementen en variabelen met elkaar in relatie gebracht. Een conceptueel model wordt dan ook wel een causaal relatieschema genoemd. In feite laat je zien welke relaties en welke causale verbanden je gaat onderzoeken en op welke vragen je antwoorden verwacht in je resultaten hoofdstuk. Je conceptueel model is de kapstok voor je theoretisch kader: het introduceert de begrippen die van belang zijn in je onderzoek, en die je later verder zult uitleggen en eventueel zult beschrijven aan de hand van bestaande theorieën.

Wat is een hoofdvraag en wat zijn deelvragen?

De hoofdvraag van een onderzoek is in feite de probleemstelling in vraagvorm, als die al niet in vraagvorm geponeerd is. In de meeste onderzoeken wordt de hoofdvraag opgesplitst in een aantal deelvragen, omdat het onderwerp meestal te groot is om op een duidelijke manier met één vraag te kunnen worden beantwoord. Goede deelvragen overlappen elkaar niet, zijn niet overbodig, maar schieten ook niet tekort: samen vormen ze een volledig geheel en passen ze perfect binnen de hoofdvraag.

Wat zijn typen onderzoek en onderzoeksmethoden?

Als je een specifieke en relevante probleemstelling, een goede hoofdvraag en passende deelvragen hebt geformuleerd is het tijd om uit te zoeken hoe je de vragen die je stelt in je onderzoek kunt gaan beantwoorden. Wat voor type onderzoek ga je uitvoeren? En welke onderzoeksmethoden passen daarbij?

Er bestaan verschillende typen onderzoek, grofweg op te splitsen in:

  • Beschrijvend onderzoek: beantwoordt vragen die beginnen met ‘hoeveel, hoe vaak, wie, wanneer, wat, waar, in welke mate’. Voor dit type onderzoek kunnen survey onderzoek, observatie of interviews als onderzoeksmethoden gebruikt worden.

  • Exploratief onderzoek: beantwoordt vragen die beginnen met ‘waarom, waardoor, wat zijn de oorzaken/effecten van, welke factoren spelen een rol’. Voor dit type onderzoek kunnen experimenten of case studies als onderzoeksmethoden gebruikt worden.

  • Toetsend onderzoek: toetst een hypothese; een nog niet bewezen stelling. Er wordt geprobeerd het causale verband tussen variabelen aan te tonen, waar een verband vermoed wordt of waar een theorie over bestaat. Voor dit type onderzoek kunnen experimenten, survey onderzoek en secundaire analyse als onderzoeksmethoden gebruikt worden.

Verschillende onderzoeksmethoden zijn hierboven al geïntroduceerd. Deze kunnen worden opgesplitst in kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden.

Binnen het kwantitatieve onderzoek zijn de bekendste onderzoeksmethoden:

  • Survey onderzoek: Dit type onderzoek wordt vooral gebruikt in de sociale wetenschappen. Middels een vragenlijst wordt een grote groep respondenten bevraagd over hun opinie, houding of kennis ten aanzien van een bepaald thema. Meestal zijn de vragen in een enquête gesloten vragen met een meerkeuze antwoordmodel. Door middel van deze constructie kan een grote groep mensen bevraagd worden en de informatie die daarmee gegenereerd wordt toch makkelijk geaggrereerd worden. Vragen moeten zorgvuldig geformuleerd worden, zodat er maar één wijze is waarop de vragen en antwoorden te interpreteren zijn. De data worden geanalyseerd door middel van statische analyses, bijvoorbeeld met het programma SPSS. Zie paragraaf 3.4 voor een uitgebreide beschrijving van survey onderzoek.

  • Experimenteel onderzoek: Dit type onderzoek wordt zowel in de sociale wetenschappen als in de natuurwetenschappen gebruikt. In een experiment wordt het effect van X op Y gemeten. Met deze effectmeting probeer je een causaal verband te onderzoeken of te bewijzen. Een bewust opgezette experimentele situatie, die een situatie in het ‘echte leven’ nabootst, zorgt er voor dat er met variabelen gespeeld kan worden, en dat de invloed van één variabele op een andere variabele geïsoleerd kan worden van andere (omgevings)factoren. Experimenteel onderzoek kan fysiek worden uitgevoerd – met proefpersonen (in de sociale wetenschappen) of tastbare materie (in de natuurwetenschappen) – maar kan ook worden uitgevoerd door gebruik te maken van een model. De variabelen worden dan gemodelleerd in een programma dat daarvoor geschikt is. Als onderzoeker kun je de variabelen aanpassen en de verschillende uitkomsten analyseren.

  • Secundaire analyse: Hierbij wordt gebruik gemaakt van al bestaande datasets, die dan door de onderzoeker gebruikt kunnen worden als input voor statistische analyses of voor een model. Het voordeel is dat het een stuk makkelijker en goedkoper is om bestaande data te gebruiken, het nadeel is dat de data lang niet altijd precies is wat je zoekt en datasets moeilijk met elkaar te vergelijken zijn, omdat ze vaak niet hetzelfde gebied beslaan of een verschillend aggregatieniveau hebben.

Binnen het kwalitatieve onderzoek zijn de bekendste onderzoeksmethoden:

  • Observatie: Hierbij worden de gedragingen van een kleine groep personen systematisch geobserveerd en (meestal) gecodeerd (ondergebracht in een bepaalde categorie), om bepaalde patronen te ontdekken. Er wordt alleen gelet op gedragingen die van belang zijn voor het onderzoek.

  • Interview: Interviews worden afgenomen door de onderzoeker om inzicht te krijgen in de opinies of beweegredenen van de geïnterviewde. Er wordt normaal gesproken van te voren een vragenlijst of topiclijst (geen uitgeschreven vragen, maar een lijst met onderwerpen die worden besproken in het interview) opgesteld om grofweg hetzelfde interview af te kunnen nemen bij verschillende mensen. Op deze manier kun je verschillende perspectieven op een bepaald onderwerp boven water te krijgen. Soms wordt ook gebruik gemaakt van codering, om antwoorden in bepaalde categorieën te kunnen onderbrengen. Zie paragraaf 3.5 voor een uitgebreide beschrijving van onderzoek doen door middel van interviews.

  • Literatuuronderzoek: Voor literatuuronderzoek onderzoek je bestaande literatuur over het onderwerp van je onderzoek. Bronnen voor literatuuronderzoek zijn boeken, wetenschappelijke artikelen, krantenartikelen, beleidsdocumenten en het internet. Literatuuronderzoek is een onderdeel van ieder onderzoek, om meer te leren over je onderwerp, je onderzoek af te bakenen, en voor gebruik in je theoretische kader. In sommige studies wordt literatuuronderzoek echter ook als onderzoeksmethode voor de beantwoording van de deelvragen gebruikt.

  • Case study: Een case study is niet één onderzoeksmethode, maar is een wijze van onderzoek doen waarin verschillende onderzoeksmethoden kunnen samenkomen. Wat een case study onderzoek karakteriseert is dat een onderzoeksvraag of hypothese wordt onderzocht in een specifieke situatie: de case. Een case kan een groep personen, een gebied, of een sector zijn, maar moet duidelijk afgebakend zijn. Een vergelijkend case study onderzoek, waarin 2 of meer case studies met elkaar vergeleken worden, is ook een mogelijkheid.

Hoe maak je een opzet en een inhoudsopgave?

In je onderzoeksvoorstel presenteer je ook een globale opzet van je scriptie. Je moet dus al nadenken over de structuur van je scriptie, en hoe je onderzoek een kop en een staart krijgt. Er zijn verschillende typen onderzoek, en daarmee ook verschillende mogelijkheden voor de opzet van je scriptie.

Een gebruikelijke opzet voor een scriptie, en veel andere geschreven stukken, is:

  • Titelpagina

  • Voorwoord

  • Inhoudsopgave

  • Overzicht van figuren, tabellen, afkortingen

  • Samenvatting

  • Inleiding

  • Probleemstelling / onderzoeksvragen / hypothese

  • Theoretisch kader

  • Onderzoeksmethoden

  • Resultaten

  • Analyse / interpretatie van resultaten

  • Discussie

  • Conclusie

  • Aanbevelingen

  • Literatuurlijst

  • Bijlagen

Afhankelijk van het doel van je onderzoek en de omvang van je onderzoeksvragen behandel je de verschillende onderdelen wel of niet, of in een andere volgorde. Ook kan een bepaald onderdeel van je scriptie meerdere hoofdstukken omvatten in plaats van slechts één (je resultaten presenteren in verschillende hoofdstukken, bijvoorbeeld aan de hand van je deelvragen), of kunnen verschillende onderdelen juist samen één hoofdstuk vormen (veel voorkomend is een samenvoeging van de discussie en conclusie in één hoofdstuk).

Vaak wordt verwacht dat je je inhoudsopgave geannoteerd presenteert. Dit betekent dat je ook de nummering van je hoofdstukken, en eventuele paragrafen, al presenteert (zie volgende pagina voor een voorbeeld).

Een bekend model om je scriptie op te bouwen is het zandlopermodel. Dit model volgt de vorm van een zandloper: breed-smal-breed. In de context van onderzoek wordt daarmee bedoeld: algemeen-specifiek-algemeen. Schrijven volgens het zandlopermodel betekent dus dat je breed begint bij de beschrijving van je onderwerp in je inleiding, naar het smallere deel met je onderzoeksvragen en resultaten toewerkt, en van daaruit weer breed uitwaaiert als je je resultaten in een bredere context plaatst in je analyse, discussie en conclusie.

Hoe maak je een tijdsplanning?

Een belangrijk onderdeel van je onderzoeksvoorstel is je tijdsplanning. Hierin geef je in grote lijnen aan wat je wanneer gaat doen, wanneer je conceptversies van (bepaalde delen van) je scriptie instuurt, wanneer je afspreekt met je begeleider, en natuurlijk wanneer je van plan bent je afstudeeronderzoek af te ronden en je scriptie in te leveren. Het is uiteraard moeilijk om aan het begin van je afstudeeronderzoek in te schatten hoeveel tijd je nodig gaat hebben voor verschillende onderdelen. De tijdsplanning die je maakt voor je onderzoeksvoorstel is dan ook geen vast gegeven, maar is bedoeld als richtlijn, zodat jij en je begeleider kunnen bijhouden in hoeverre je nog op schema ligt en actie kunnen ondernemen als dat niet het geval is. Je tijdsplanning kun je gaandeweg dus ook bijstellen zo nodig.

Hoe voer je het onderzoek voor je scriptie of afstudeerverslag uit?

Hoe voer je het onderzoek voor je scriptie of afstudeerverslag uit?

In de onderzoeksfase ga je je onderzoek in praktijk brengen door het veld in te gaan of op andere wijze empirisch onderzoek te doen.

  • Hoe maak je een onderzoeksontwerp?
  • Hoe verzamel je gegevens
  • Wat houdt data-analyse in?
  • Wat zijn voorbeelden van een kwantitatieve en een kwalitatieve onderzoeksmethode; een survey onderzoek en een interview?

Onderzoeksontwerp opstellen?

  • Na het kiezen voor een probleemstelling, onderzoeksvragen en bijpassende onderzoeksmethode(n) is het tijd om deze verder uit te werken: je moet je onderzoeksmethoden namelijk operationaliseren. Het is belangrijk om de begrippen die je gaat gebruiken in je onderzoek duidelijk te definiëren. Hierbij geef je zowel aan welke betekenis een begrip in de bredere literatuur heeft, maar laat je vooral zien welke definitie jij geeft aan het begrip, en ook wat buiten de scope van je onderzoek valt. Nadat je duidelijk hebt gemaakt wat jij verstaat onder de begrippen die je gebruikt, welke begrippen je wilt meten en welke relaties je onderzoekt, kun je de onderzoeksmethode verder uitwerken. In deze stap kijk je naar je conceptueel model en de begrippen die van belang zijn voor de beantwoording van je onderzoeksvragen, en ga je op zoek naar manieren om deze begrippen en de relaties tussen de begrippen daadwerkelijk te meten. Instrumenten die je hiervoor gebruikt zijn bijvoorbeeld de vragen in je vragenlijst, de topics voor je interviews of de experimentele variable in je experiment.
  • Het is belangrijk om op dit punt nog eens goed naar je onderzoeksvragen en uitgewerkte onderzoeksmethode(n) te kijken. Dit is namelijk het laatste moment waarop je nog iets in je ontwerp kunt veranderen; vanwege de tijd en moeite die je steekt in dataverzameling kun je dit niet zomaar opnieuw doen als je er later achter komt dat er fouten in je ontwerp zitten. Kijk nog eens goed of je uitgewerkte onderzoeksmethode de antwoorden kan genereren die je nodig hebt. Je kunt je onderzoeksmethode ook eens kritisch laten bekijken door een ander: laat je vragenlijst door een aantal testpersonen invullen, oefen je interviewvragen op je begeleider, een vriend(in) of huisgenoot, of maak testruns in je model.
  • Reflectie is in deze fase belangrijk. Dit is het laatste moment waarop je je probleemstelling kunt bijstellen. Om te toetsen of je onderzoeksontwerp voldoet, kun je jezelf de volgende drie vragen stellen:
  1. Past het onderzoeksontwerp bij de realiteit? Kun je middels het onderzoeksontwerp ook echt een antwoord geven op de vraag die centraal staat in je onderzoek?
  2. Past het onderzoeksontwerp bij het conceptueel model? Voldoet het onderzoeksontwerp aan de vragen die worden opgeworpen in het conceptueel model?
  3. Is het onderzoek praktisch uitvoerbaar? Zijn de middelen en technieken die nodig zijn voor de uitvoering van het onderzoek voorhanden en beschikbaar voor de onderzoeker?

Data verzamelen?

  • De keuze voor de wijze van dataverzameling – je uitgewerkte onderzoeksmethode; het onderzoeksontwerp – hangt af van je onderzoeksvraag, de onderzoeksmethode(n) die je gebruikt en de tijd en middelen die je beschikbaar hebt. Voor de meeste onderzoeksmethoden zijn verschillende opties mogelijk: zo kan survey onderzoek schriftelijk, telefonisch, online of persoonlijk worden uitgevoerd, kan een interview telefonisch of persoonlijk worden afgenomen, en kan een experiment met proefpersonen, maar ook door middel van modelleren, worden uitgevoerd.
  • In de meeste onderzoeken is de eerste stap van dataverzameling literatuuronderzoek. Door middel van literatuuronderzoek krijg je een duidelijk beeld van het vakgebied en kun je je eigen onderzoek positioneren in het veld. Uit de literatuur kun je definities voor de begrippen die je gebruikt, aanknopingspunten voor fenomenen die je observeert of analyseert en bestaande data(sets) vinden.
  • Voor literatuuronderzoek kun je op verschillende plekken terecht:
    • Bibliotheek: voor informatie uit boeken, tijdschriften, kranten en wetenschappelijke journals.
    • Online zoekmachines: voor het vinden van wetenschappelijke publicaties kun je gebruikmaken van zoekmachines zoals Google Scholar, Scirus en Scopus.
    • Websites: voor informatie over en publicaties van organisaties, overheidsinstanties en bedrijven.
    • Databases: voor datasets, zowel online als in documenten of op CD-rom, zoals het CBS voor gegevens over Nederland, EuroStat voor gegevens over de Europese Unie en UNstat voor gegevens over andere landen of informatie op wereldniveau.
  • Op welke manier je ook gegevens verzamelt, het is belangrijk om de data die je genereert duidelijk op te slaan. Ontwikkel een manier om data consistent en duidelijk op te slaan, zodat je geen gegevens kwijt raakt en benodigde gegevens altijd snel en makkelijk kunt opzoeken.

Data analyseren?

  • Na het verzamelen van data, op basis van je onderzoeksontwerp, ga je de verzamelde data analyseren. Kwantitatieve data worden geanalyseerd door middel van statistische analyse, kwalitatieve data worden geanalyseerd door middel van een cyclus van redeneren en observeren.
  • Kwantitatieve data worden over het algemeen geanalyseerd in een programma dat speciaal voor statistische analyse ontwikkeld is, zoals SPSS. Er zijn verschillende statistische toetsen om te bepalen of je hypothese bevestigd of ontkracht wordt. Je kunt bepalen welke invloed variabelen op elkaar hebben en hoe sterk die invloed is. Je kunt kiezen of je een univariate analyse (een toets op één variabele) of een bivariate analyse (een toets op twee variabelen) wilt uitvoeren.
  • Raadpleeg voor uitgebreide hulp bij het doen van onderzoek met gebruik van SPSS de JoHo SPSS handleiding
  • Kwalitatieve data volgt een cyclus van redeneren en observeren. In het onderzoek staat een bepaalde vraag of hypothese centraal, die de zoektocht naar gegevens inspireert en beïnvloedt. Door middel van interviews, observatie en literatuuronderzoek worden data verzameld. Deze data vallen in twee categorieën: gegevens die de hypothese bevestigen, en gegevens die de hypothese ontkrachten. Vanuit observatie van gegevens kan de redenatie worden bijgesteld, totdat zich geen nieuwe inzichten meer voordoen en er een redenatie is die past bij de gevonden gegevens.

Wat is een voorbeeld van kwantitatief onderzoek, en wat is een Survey onderzoek?

  • Het onderzoeksontwerp en de voorbereiding van survey onderzoek omvat het ontwikkelen van een vragenlijst en codeboek, het bepalen van de populatie en het trekken van een representatieve steekproef.
  • Je bepaalt welke items van belang zijn voor het beantwoorden van je onderzoeksvragen en ontwikkelt vragen en stellingen omtrent deze items. Vragenlijsten moeten standaard zijn; de vragen en antwoorden moeten voor alle respondenten hetzelfde zijn, zodat je betrouwbare resultaten kunt genereren die gegeneraliseerd kunnen worden naar de gehele populatie. Een goede vragenlijst is leesbaar, helder, niet voor meer dan één uitleg vatbaar, compleet, neutraal, en niet te lang. De vragenlijst moet de vragen bevatten die meten wat je wilt weten, niet meer, maar ook niet minder.
  • Er zijn verschillende manieren om vragen te stellen of stellingen te poneren, en verschillende antwoordmodellen mogelijk. De verschillende soorten vraag- en antwoordmogelijkheden worden hier behandeld:
    • Enkelvoudig: “In welk jaar bent u geboren?” Het jaartal kan worden ingevuld.
    • Meervoudig: “In welke Nederlandse provincies heeft u gewoond?” Meerdere antwoorden mogelijk, alle antwoorden staan aangegeven.
    • Schaal: “Hoe tevreden bent u met uw huidige woonplaats?” Beantwoording van deze vraag vindt plaats middels een schaal. Deze kan bijvoorbeeld opgebouwd zijn aan de hand van rapportcijfers, van 1 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden). Als de vraag als stelling wordt geponeerd – “Ik ben tevreden met mijn huidige woonplaats” – kan beantwoording plaatsvinden aan de hand van een Likertschaal, vaak bestaande uit een 5 punts interval schaal, zoals: helemaal mee eens – mee eens – neutraal – mee oneens – helemaal mee oneens.
    • Open antwoord: “Wat zijn volgens u de pluspunten van uw huidige woonplaats?” Door respondenten vrij in te vullen.
    • Half open antwoord: “Hoe heeft u uw huidige huis gevonden?” Hierbij zijn een aantal categorieën zeer waarschijnlijk voor het merendeel van de respondenten voldoende, zoals: via de woningstichting, via een makelaar, via een website, via kennissen / familie. Toch is het mogelijk dat de juiste categorie er voor een aantal respondenten niet bijstaat. Daarvoor kun je een laatste antwoordcategorie aanmaken, de restcategorie: anders, namelijk ...
  • Goede vragen zijn helder, enkelvoudig (bevatten maar één vraag), onafhankelijk, objectief en bevatten geen dubbele ontkenning. Goede antwoorden zijn herkenbaar, uitputtend (alle mogelijke antwoorden zijn aanwezig, of er is een restcategorie), uitsluitend (geen overlap in de antwoorden), meetbaar (de antwoorden kunnen numeriek verwerkt worden, zie hieronder) en in een logische volgorde geplaatst.
  • Schrijf altijd een introductietekst of –brief bij je vragenlijst, om het onderwerp en de context van je onderzoek toe te lichten. Zorg voor een nette en duidelijke lay-out om onduidelijkheden of irritaties bij respondenten te voorkomen.

Codeboek maken

  • Als je vragenlijst af is kun je een codeboek aanmaken. In een codeboek maak je een lijst, waarop je aangeeft hoe de gemeten kenmerken – de verschillende antwoordmogelijkheden op de vragen – worden omgezet in variabelen die je gebruikt in je kwantitatieve analyse. Je kent getallen toe aan de verschillende antwoordcategorieën, bijvoorbeeld:

Geslacht:

  • Vrouw: 0

  • Man: 1

Geboortejaar:

  • Getal kan worden ingevuld, bv. 1988

Provincies waarin respondent gewoond heeft:

  • Noord-Holland (N-H) 0 = niet ingevuld 1 = ingevuld

  • Zuid-Holland (Z-H) 0 = niet ingevuld 1 = ingevuld

  • Zeeland 0 = niet ingevuld 1 = ingevuld

  • etc.

Als bepaalde data ontbreekt, kun je ze een waarde geven die aangeeft dat ze ontbreken. Bijvoorbeeld 999, zoals hieronder in het codeboek te zien is bij het geboortejaar van respondent 3.

Open vragen kunnen niet voor kwantitatieve analyse worden gebruikt, ze kunnen enkel als kwalitatieve gegevens worden gebruikt in het onderzoek.

Een codeboek ziet er als volgt uit:







Respondent nummer

Geslacht

Geboortejaar

Provincies

N-H

Z-H

Zeeland

etc.

1

0

1956

0

1

1

 

2

0

1977

1

0

0

 

3

1

999

0

1

0

 

4

0

1985

1

0

1

 

5

1

1967

0

0

1

 

etc.

 

 

 

 

 

 

 

Vragenlijst uitzetten

  • Als je vragenlijst klaar is, is het tijd om je vragenlijst uit te zetten. Daarvoor moet je bepalen welke groep mensen je onderzoekt en hoe je een representatieve steekproef trekt uit deze groep. De populatie is de groep mensen over wie je met je onderzoek een uitspraak wil doen, zoals ‘HBO studenten’ of ‘vrouwen tussen de 25 en 35 jaar’. Je kunt niet iedereen uit deze groep bereiken, daarom stel je een steekproef samen.

Een goede steekproef – een steekproef die gegeneraliseerd kan worden naar de grotere populatie – voldoet aan een aantal regels:

  • De steekproef moet representatief zijn: de respondenten binnen de steekproef moeten een aantal kenmerken delen met de populatie. Afhankelijk van de populatie en onderzoeksvraag kunnen dit kenmerken als leeftijd, geslacht, woonplaats, en occupatie zijn
  • De steekproef moet willekeurig zijn. De steekproef moet aselect worden getrokken. Iedere persoon in de populatie moet een even grote kans hebben om in de steekproef te worden meegenomen.
  • De steekproef moet voldoende groot zijn. Om statistische analyses op de data te kunnen uitvoeren, moet de steekproef van een bepaalde grootte zijn. Hoe groot dat precies is, is echter moeilijk te bepalen.

Kwantitatief onderzoek

  • Als je kwantitatief onderzoek wilt doen geniet een aselect getrokken, representatieve steekproef de voorkeur. Aselect getrokken betekent dat de steekproef niet bewust geselecteerd is; het is een blinde steekproef waarbij iedereen in de populatie evenveel kans heeft om te worden getrokken. Dit kan op verschillende manieren.
  • Voor een aselecte steekproef kun je bijvoorbeeld uit databases (zoals ledenadministraties of de gemeentelijke basis administratie) iedere tiende persoon op de lijst in je onderzoek betrekken. Er zijn ook variaties, zoals de clustersteekproef, waarbij je bepaalde clusters (groepen) selecteert, zoals bijvoorbeeld ‘een klas van een HBO instelling’ als je populatie ‘HBO studenten’ is. Een andere optie is een gestratificeerde steekproef. Hierbij deel je je populatie op in logische deelpopulaties. Zo kun je de populatie ‘inwoners van Nederland’ opdelen in deelpopulaties per provincie: ‘inwoners van Noord-Holland’, ‘inwoners van Zuid-Holland’, etc. Deze deelpopulaties heten strata. Uit deze strata trek je dan een aselecte steekproef.

Gegevens verzamelen in codeboek

  • Voor het verzamelen van gegevens tijdens survey onderzoek worden de vragenlijsten uitgezet bij de deelnemers aan de steekproef. De verzamelde gegevens worden ingevuld in het codeboek.
  • Survey onderzoek kan op verschillende manieren worden afgenomen: via internet, telefonisch, op papier (per post of op straat), of per sms. De verschillende manieren hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Verdiep je in de verschillende mogelijkheden om te bekijken welke manier het beste bij jouw onderwerp en doelgroep past. Overwegingen die meespelen in deze beslissing zijn de beschikbare tijd, middelen en de verwachte respons.
  • Om te zorgen dat je resultaten generaliseerbaar zijn heb je een voldoende grote en representatieve steekproef nodig. Dit kan in geding komen door non-respons: uitval van respondenten. Houd van te voren rekening met uitval en zet dan ook meer vragenlijsten uit dan je minimaal nodig hebt.

Gegevens analyseren

  • In de data analyse fase van survey onderzoek worden de gegevens die verzameld zijn geanalyseerd. Dit gebeurt met een programma voor statistische analyse, zoals Excel of SPSS. Met deze programma’s kun je je gegevens analyseren en weergeven in grafieken en tabellen.
  • Je codeboek staat nu vol met getallen, wat kun je daar eigenlijk mee? Het is belangrijk om te weten dat er verschillende soorten waarden bestaan, en dat je niet met alle getallen kunt rekenen. Er zijn verschillende meetniveau’s, van laag naar hoog:
    • Nominaal: variabelen zijn opgebouwd uit losse categorieën. Deze categorieën zijn discreet: er zit geen overlap tussen. Voorbeelden van nominale variabelen zijn geslacht (vrouw = 0, man = 1) of HBO instellingen (Inholland = 1, Fontys = 2, Saxion =3, etc.). Waarden worden gebruikt om verschillende variabelen te onderscheiden, maar er kan niet mee gerekend worden.
    • Ordinaal: variabelen zijn opgebouwd uit losse categorieën met een bepaalde rangorde. Een voorbeeld van ordinale variabelen is opleidingsniveau (mbo = 1, hbo = 2, wo = 3). Waarden worden gebruikt om verschillende variabelen te onderscheiden en om de rangorde aan te geven. Er kan echter niet mee gerekend worden.
    • Interval: variabelen met een vaste interval tussen twee categorieën. De waarden zijn echter continu, elke waarde tussen twee categorieën kan voorkomen. Waarden worden dan ook ingedeeld in categorieën. Een voorbeeld is temperatuur in graden Celcius (18˚C, 19˚C, 20˚C). Een verschil met ratio waarden is dat een interval variabele geen natuurlijk nulpunt heeft en er dus niet gezegd kan worden dat iets ‘twee keer zoveel’ of ‘twee keer zo weinig’ is gebeurd. 20˚C is niet twee keer zo warm als 10˚C, omdat 0˚C geen natuurlijk nulpunt is maar als nulpunt is afgesproken.
    • Ratio: variabelen zijn numeriek, er kan mee gerekend worden. Voorbeelden zijn huizenwaarde in euro’s, of leeftijd in jaren.
  • Dichotome variabelen zijn variabelen waarin slechts twee antwoorden mogelijk zijn: ja of nee, man of vrouw. Vragen met meervoudige antwoorden worden verwerkt als dichotome variabelen: ja = 1, nee = 0 (zie de provincies in het voorbeeld van het codeboek). Deze variabelen worden ook wel dummy’s genoemd.
  • Er zijn twee manieren om je gegevens te analyseren: middels een univariate analyse (een toets op één variabele) of een bivariate analyse (een toets op twee variabelen).
  • Univariate analyses kun je op verschillende manieren weergeven:
    • Frequentieverdeling: hiermee geef je aan hoe vaak een categorie (een waarde) van een kenmerk voorkomt in relatie tot de gehele hoeveelheid respondenten.
    • Grafieken: in een grafiek kun je grafisch laten zien hoe vaak de categorieën (verschillende waarden) van een kenmerk voorkomen, in relatie tot elkaar en tot de gehele hoeveelheid respondenten.
    • Kengetallen: een samenvatting van kenmerken op grond van een bepaalde eigenschap, zoals het gemiddelde of de modus van de gegeven waarden.

Resultaten

  • Bivariate analyses kun je ook in een grafiek weergeven. Je zet dan de resultaten van twee kenmerken naast elkaar, om ze te kunnen vergelijken. Een voorbeeld is de vergelijking van het opleidingsniveau van mannen en vrouwen. Daarnaast kun je bivariate analyses weergeven in een kruistabel waarin één kenmerk tegen een ander kenmerk wordt afgezet; één kenmerk wordt in de eerste kolom en één kenmerk in de bovenste rij weergegeven.
  • Het is belangrijk om na te gaan wat de betrouwbaarheid en de validiteit van je resultaten zijn. De betrouwbaarheid kun je meten met een betrouwbaarheidsanalyse in SPSS. Om de validiteit van je onderzoek te bepalen vergelijk je de resultaten uit jouw steekproef met de kenmerken van de populatie. Deze moeten voldoende overeenkomen om de uitkomsten uit jouw onderzoek te generaliseren naar de gehele populatie. Het is van belang om te toetsen of de resultaten uit jouw onderzoek significant zijn: of ze in meer dan 95% van de gevallen overeenkomen met de realiteit, of in meer dan 95% van de gevallen waarin je een test herhaalt hetzelfde resultaat laten zien.
  • Raadpleeg voor uitgebreide hulp bij het doen van onderzoek met gebruik van SPSS de JoHo SPSS handleiding

Wat is een voorbeeld kwalitatief onderzoek: Interview

  • Het onderzoeksontwerp en de voorbereiding van interviews omvat het ontwikkelen van een topiclijst en het selecteren van een steekproef.
  • Voor een interview bereid je over het algemeen geen gedetailleerde vragenlijst voor, maar stuur je het interview aan de hand van een topiclijst. Een topiclijst is een lijst met onderwerpen die je gebruikt om het interview te structureren en een logische volgorde van onderwerpen aan te houden tijdens het gesprek.
  • Om te bepalen wie je gaat interviewen voer je in de meeste gevallen een selecte steekproef uit. De resultaten gebruik je niet voor kwantitatieve analyse, dus een aselecte steekproef is niet vereist. Een aselecte steekproef dient daarnaast je doel niet: je doet een interview omdat je specifieke informatie en inzichten zoekt, niet om te generaliseren.

Er zijn verschillende manieren om een selecte steekproef te trekken:

  • Quotasteekproef: je krijgt een quotum mee waarin de hoeveelheid interviews met mensen met bepaalde kenmerken (man/vrouw, jong/oud, laag- of hoog-opgeleid) vastligt.
  • Zelfselectie: je zoekt mensen die aan bepaalde voorwaarden voldoen (vrouw, tussen de 20 en 50 jaar, gezond) en verspreidt een uitnodiging waar mensen zich op eigen initiatief voor aan kunnen melden.
  • Doelgericht: je trekt een steekproef op basis van een bepaalde kenmerk (studenten communicatie aan een HBO instelling).
  • Toevallig: je vraagt aan toevallige voorbijgangers of ze mee willen werken aan een interview.
  • Sneeuwbalmethode: je vraagt mensen in je omgeving of zij iemand kennen binnen hun netwerk die voor jou interessant is om te interviewen, en vraagt na een interview of de respondent nog suggesties heeft voor andere interessante personen.

interviews afnemen

  • Als je interviews gaat afnemen zul je merken dat de voorbereiding, de interviews zelf en de uitwerking hiervan veel tijd kosten. Je zult dan ook geen grote groep mensen interviewen; 25 tot 30 interviews is al heel veel. Als je merkt dat je geen nieuwe informatie meer hoort in interviews kun je concluderen dat er een verzadigingspunt optreedt, en dat je voldoende interviews hebt afgenomen voor de beantwoording van je onderzoeksvragen.
  • Bereid je interview voldoende voor. Zorg dat je zelf duidelijkheid hebt over je vragen, zodat je tijdens het gesprek al je aandacht op je respondent kunt richten. Bouw je interview logisch op, met een begin, kern en einde. Begin met een introductie waarin je jezelf voorstelt, je onderzoek kort uitlegt, waarom je de respondent wilt spreken, wat er met de informatie gebeurt en hoe lang het interview ongeveer zal duren. Als je het interview wilt opnemen, vraag dan altijd van te voren toestemming. Daarna ga je over naar de kern van het interview, de vragen die je hebt opgesteld rondom het onderwerp van je onderzoek. Zorg dat je goed luistert en geen deel gaat nemen aan het gesprek; als onderzoeker moet je objectief blijven. Na het behandelen van de onderwerpen op je topiclijst werk je toe naar het einde van je interview. Je vat het interview samen om te verifiëren dat je de informatie goed begrepen hebt en zodat de respondent de mogelijkheid heeft voor eventuele nuancering of aanmerkingen. Je bedankt de respondent voor zijn/haar medewerking en stelt hem/haar op de hoogte van het vervolg van je onderzoek.
  • Tijdens een interview kan het zijn dat de respondent een andere kant op gaat met het gesprek dan jij in gedachten had. Ga hier flexibel, maar ook respectvol mee om; iemand neemt de tijd om jou iets uit te leggen. Luister naar het verhaal van de respondent, maar schroom ook niet om op een gegeven moment voorzichtig bij te sturen naar de onderwerpen die voor jou interessant zijn. Vraag door als je niet tevreden bent over een antwoord, maar zorg dat het niet vervelend wordt; zoek het midden tussen de twee.

Analyseren van kwalitatieve gegevens

  • Het analyseren van kwalitatieve gegevens steekt heel anders in elkaar dan analyse van kwantitatieve gegevens: je kent je data immers geen waarden toe, je kunt er niet mee rekenen en geen grafieken van maken. Toch is er wel een manier om op een gestructureerde manier de stukken tekst die je verzameld hebt te analyseren:
    • Lees de uitgewerkte interview verslagen door. Selecteer de relevante informatie voor je onderzoek en verdeel het in kleine fragmenten die je kunt samenvatten in één woord.
    • Omschrijf de kleine fragmenten in één woord (een code) om je resultaten te coderen. Deze code kun je in de kantlijn van het document zetten.
    • Maak een codeboek aan. Hierin zet je de codes in de eerste kolom en de verschillende interviews in de eerste rij van een tabel. Met dit codeboek verzamel je stukken tekst uit verschillende interviews die bij verschillende codes passen, zodat je een overzicht voor jezelf creëert van relevante gegevens.
    • Ga over tot het waarderen, sorteren en evalueren van de gegevens. Maak met behulp van de (meest voorkomende) codes een mindmap, diagram, codeboom of een schematisch overzicht met post-its. Kijk naar positieve en negatieve benoemingen van onderwerpen, naar wat oorzaak en wat gevolg is, en voor wie iets van belang is.
    • Breng je model, diagram of overzicht in verband met je onderzoeksvragen. Kun je hiermee antwoord op je vragen geven? Zo nee, welke aanvullende informatie heb je nodig en welke vragen moet je daarvoor stellen?
  • Kwalitatief onderzoek is een iteratief proces, waarbij je soms terug moet gaan naar eerdere stappen en een aantal keer de cyclus van je onderzoeksproces doorloopt voor je tevreden bent over de resultaten. Dit heeft als voordeel dat je nieuwere informatie altijd naast al gevonden gegevens en de resultaten van je analyse legt en daardoor de betrouwbaarheid van de uitkomsten van je onderzoek vergroot.
Hoe rond je een scriptie of afstudeeronderzoek af?

Hoe rond je een scriptie of afstudeeronderzoek af?

Wat is de afrondingsfase van je scriptie of afstudeeronderzoek?

 

  • In de afrondingsfase schrijf je de laatste onderdelen van je scriptie, voeg je alle stukken tekst samen, zorg je dat de tekst lekker loop, en maak je de lay-out voor je scriptie.
  • De onderdelen van je scriptie die dan nog missen zijn: een titelpagina, voorwoord en een samenvatting.
  • Ook moeten je inhoudsopgave, lijst met figuren en tabellen, je bronnen, literatuurlijst en bijlagen compleet zijn en netjes opgemaakt worden.

Titelpagina maken van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • Specifieke richtlijnen voor de titelpagina verschillen vaak per universiteit en faculteit, dus vraag na wat de regels daarvoor zijn. Over het algemeen bestaat een titelpagina uit een pakkende titel, een ondertitel waarin wat meer over het onderwerp duidelijk wordt, je naam en studentnummer, de datum van inleveren, naam van je opleiding, faculteit en universiteit, en de naam van je begeleider(s) en/of opdrachtgever(s). Probeer een aansprekende titelpagina te maken, door middel van gebruik van een foto of kleurgebruik.

Voorwoord schrijven van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • Het voorwoord is de plek voor persoonlijke bespiegelingen. Hier is ruimte voor wat informatie over jezelf en je studie. Ook kun je beschrijven hoe je afstudeerproces is verlopen en is er ruimte voor een dankwoord aan het adres van je begeleider(s), respondenten binnen je onderzoek en eventueel vrienden en familie.

Samenvatting schrijven van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • In een samenvatting presenteer je in 1 of 2 pagina’s je onderzoeksopzet, de belangrijkste resultaten en je conclusies. Het is belangrijk om hier aandacht aan te besteden, lezers zullen hun beslissingen om wel of niet verder te lezen vaak baseren op de kracht van de samenvatting.

Lay out maken van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • Een andere belangrijke taak tijdens de afronding van je scriptie is het maken van een aansprekende, nette en consistente lay-out. Let hierbij op de opmaak en nummering van hoofdstukken en paragrafen en op consistentie in het gebruik van lettertype, lettergrootte, regelafstand en witregels. Daarnaast loop je nog eens je inhoudsopgave, lijst met figuren en tabellen en je bronnen en literatuurlijst door om zeker te weten dat alles klopt.

Puntje op de i zetten van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • De allerlaatste stap voor het inleveren is het nogmaals doorlezen van je scriptie en de puntjes op de i zetten. Je kunt je scriptie eventueel ook nog door iemand anders laten doorlezen. Let goed op grammatica- en spelfouten, of zinnen lekker lopen en of de informatie duidelijk en compleet is.

Inleveren van je scriptie of afstudeeronderzoek?

  • Dan is eindelijk het magische moment aangebroken. Het moment waar je al maanden naar smacht. Je scriptie is af en klaar om ingeleverd te worden!
  • Laat je scriptie uitprinten en inbinden bij een copyshop; maanden hard werk lever je niet in een plastic hoesje in.
  • Lever je scriptie zowel hardcopy als electronisch in en maak een afspraak met je begeleider voor een evaluatiegesprek.
  • En bovenal: geniet van je vrijheid!
Hoe ga je om met movitatie, planning en studiebegeleiding tijdens je scriptie?

Hoe ga je om met movitatie, planning en studiebegeleiding tijdens je scriptie?


Begeleiding

Op het moment dat je besluit je scriptie te gaan schrijven en op zoek gaat naar een geschikt onderwerp is het ook tijd om een begeleider te benaderen. De rol van een begeleider verschilt per onderwijsinstelling en vakgroep, en natuurlijk per persoon, maar er zijn een aantal algemene taken. Je begeleider is de docent die gedurende je afstudeerproces in de gaten houdt hoe je het doet, op een aantal momenten feedback geeft op de teksten die je geschreven hebt en je uiteindelijk beoordeelt.

Je spreekt een aantal regels met je begeleider af, zoals hoe vaak je je begeleider spreekt, wanneer jullie inlevermomenten afspreken, en wanneer je de eindversie van je scriptie inlevert. Bespreek je planning en je plannen met je begeleider en bekijk samen of deze realistisch zijn. Maak afspraken en plan inlevermomenten aan de hand van je planning.

Bespreek hoeveel en wat voor soort begeleiding je denkt nodig te hebben. Wil je graag tussentijds feedback op de tekst die je al geschreven hebt? Heb je iemand nodig die je af en toe even aanspoort? Leer van je eerdere ervaringen met papers schrijven en laat je begeleider weten wat je sterke en zwakke punten zijn, zodat je begeleider weet waar hij/zij aan toe is en een stok achter de deur kan zijn voor jou.

Geef tijdig aan als iets niet lukt of niet lekker loopt. Je begeleider is er ook om je te helpen in moeilijke tijden of als je bepaalde ideeën wilt doorspreken met iemand. Het is echter wel jouw verantwoordelijkheid om aan de bel te trekken.

Zoek hulp als je er niet uitkomt met je begeleider. Het kan zijn dat het niet zo botert tussen jou en je begeleider. Vervelend, want dit is de persoon bij wie je terecht zou moeten kunnen bij problemen, maar ook degene die je werk zal beoordelen. Probeer problemen rustig uit te spreken en te overwinnen. Als dit niet lukt, zoek dan contact met een andere docent (je studiebegeleider, de coördinator, of een vertrouwenspersoon). Je kunt je problemen met deze persoon bespreken en uitzoeken of er een oplossing mogelijk is.

Planning, motivatie en concentratie

Je afstudeeronderzoek is een groot en langdurig proces. Veel studenten vinden het daarom moeilijk een realistische tijdsplanning te maken, zowel op macro-niveau (planning van afstudeeronderzoek van een aantal maanden) als op micro-niveau (planning van een dag, of een week). Toch werkt het maken van een planning eigenlijk altijd volgens hetzelfde principe:

  • Doelen stellen: scriptie schrijven

  • Subdoelen stellen: hoofdstuk 3 van scriptie schrijven

  • Subdoelen koppelen aan een tijdsindeling: hoofdstuk 3 inleveren op 11 mei

  • Concrete taken koppelen aan subdoelen:

    • Hoofdstuk 9 uit Boek X lezen

    • Artikel Y lezen

    • Conceptueel model tekenen

    • Hoofdstuk 3 scriptie schrijven

  • Taken koppelen aan tijdsbesteding:

  • Hoofdstuk 9 uit Boek X lezen 2 uur

  • Artikel Y lezen 1 uur

  • Conceptueel model tekenen 1 uur

  • Hoofdstuk 3 scriptie schrijven 3 uur

  • Taken in een lange termijn planning zetten: taken in agenda inplannen, daarbij aangevend op welke dag je de taak gaat uitvoeren en hoeveel tijd je daarvoor verwacht nodig te hebben

  • Pagina 76-88 lezen 1 uur

  • Pagina 89-101 lezen 1 uur

  • Taken opdelen in praktische actiepunten: voor taak ‘Hoofdstuk 9 uit Boek X lezen’:

  • Actiepunten per uur inplannen: een planning per uur geeft zo duidelijk mogelijk aan wat je op een dag moet doen

  • Actiepunten uitvoeren

Ook al bestaat een werkdag officieel uit acht uur, de meeste mensen kunnen maar rond de vijf uur per dag effectief werken. Bekijk op welke momenten van de dag jij het beste presteert en plan je werk rondom dat moment. Probeer voor voldoende, maar niet teveel, afwisseling te zorgen. De hele dag artikelen lezen is erg vermoeiend, maar vijf taken in vijf uur plannen zorgt weer voor teveel chaos. Probeer een balans te vinden, en zoek vooral uit wat voor jou werkt.

Een van de grootste problemen waar studenten tijdens hun studietijd, en vooral tijdens het afstuderen, tegenaan lopen is het uitstellen van taken. Uitstelgedrag leidt tot tijdnood, stress, schuldgevoelens en onzekerheid. Er zijn verschillende oorzaken die kunnen leiden tot het uitstellen van taken, zoals een slechte planning, concentratieproblemen, persoonlijke problemen, onrealistische verwachtingen en perfectionisme. Bij serieuze problemen is het zaak contact op te nemen met je begeleider om deze problemen te bespreken en op zoek te gaan naar een oplossing. In de meeste gevallen is het echt meer een combinatie van ‘zoveel te doen, zo weinig tijd’ en teveel afleiding. Probeer je eigen uitstelgedrag te identificeren, zodat je je eigen gedrag leert herkennen. Toch is het belangrijkst om te leren hoe je discpline opbrengt, zodat je minder tijd verspilt en aan de slag gaat op het moment dat het moet.

Zoek een werkritme en werkplek die bij je passen. Vraag na of er een kamer of andere plek beschikbaar is binnen je vakgroep om (een aantal dagen per week) aan je scriptie te werken. De bibliotheek is natuurlijk een voor de hand liggende keuze, maar als je behoefte hebt aan wat afwisseling, probeer vooral ook eens een rustig café, in de trein, of gewoon thuis te werken.

Probeer concentratieverlies bij jezelf te herkennen en te onderzoeken wat de oorzaak is. Staat je Facebook de hele dag open in een browser? Is je bureau een zootje? Komt je huisgenoot ieder uur binnenlopen voor een kopje thee? Probeer de zaken die voor jou afleiding veroorzaken tot een minimum te beperken. Zet je telefoon op stil, de tv uit en spreek met jezelf af om slechts een aantal keren per dag je e-mail en Facebook te checken. Ga in de bibliotheek werken als het in huis te druk is of als de spullen in je kamer je teveel afleiden.

Zorg dat je gezond eet en genoeg beweegt. De hele dag achter je computer zitten met een pot snoep naast je, of niet genoeg tijd nemen om gezond eten te bereiden en maar weer een pizza in de oven te schuiven gaan op den duur hun tol eisen. Voedsel met veel suiker of snelle koolhydraten geven je direct een oppepper, maar zorgen daarna voor een dip of sufheid. Gezond eten en voldoende beweging zijn van groot belang voor een goede concentratie, en vormen daarnaast een prima afwisseling op je werk. Ga in de lunchpauze even de keuken in om jezelf te belonen met iets vers en gezonds, en ga een blokje om of maak een fietstochtje tussen je taken door voor wat ontspanning en inspanning.

Pas op voor RSI. Tijdens je afstudeeronderzoek breng je waarschijnlijk veel tijd achter je computer door. Zorg voor een goede stoel en bureau, sluit een externe muis en toetsenbord op je laptop aan en neem voldoende micro-pauzes. Doe ieder uur 5 minuten een dansje, strek je vingers, handen en armen, of leer jongleren!

Succes met afstuderen!

Taal en tekstgebruik: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen

Taal en tekstgebruik: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen

Samenvatting van Schrijfcodes. Schrijf Beter, Corrigeer Sneller van Lohman

Samenvatting van Schrijfcodes. Schrijf Beter, Corrigeer Sneller van Lohman

Samenvattingen en studiehulp bij Schrijfcodes. Schrijf Beter, Corrigeer Sneller van Lohman

  • Boeksamenvatting bij Schrijfcodes. Schrijf Beter, Corrigeer Sneller van Lohman is gedeeld op JoHo WorldSupporter

Inhoudsopgave

  • Schrijfcodes - Hoe gebruik je deze codes? (0)
  • Schrijfcodes - Hoe structureer je een tekst? (1)
  • Schrijfcodes - Hoe argumenteer je op de juiste manier? (2)
  • Schrijfcodes - Hoe schrijf je duidelijk? (3)
  • Schrijfcodes - Hoe schrijf je aantrekkelijk? (4)
  • Schrijfcodes - Hoe vind je de gepaste toon? (5)
  • Schrijfcodes - Hoe gebruik je taal correct? (6)
  • Schrijfcodes - Welke spellingsregels zijn er? (7)
  • Schrijfcodes - Hoe kies je het juiste leesteken (interpunctie)? (8)
  • Schrijfcodes - Hoe verantwoord je bronnen? (9)
  • Schrijfcodes - Hoe maak je je tekst op? (10)
  • Schrijfcodes - Checklist: wat zijn algemene aandachtspunten? (1)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je betogende teksten? (2)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een brief? (3)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een essay? (4)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een evaluatierapport? (5)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe voer je een journalistiek interview? (6)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een krantenbericht? (7)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een probleem-maatregelnota? (8)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een beleidsplan? (9)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een persbericht? (10)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een recensie? (11)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een reportage? (12)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een scriptie? (13)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een sollicitatiebrief? (14)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een curriculum vitae? (15)
  • Schrijfcodes - Korte checklist: hoe schrijf je een stageverslag? (16)
  • Schrijfcodes - Checklist: hoe schrijf je een voorlichtingstekst? (17)
  • Schrijfcodes - Wat zijn de belangrijkste begrippen?

Naar de samenvatting

Meer lezen

Academische vaardigheden en Onderzoeksvaardigheden als studie en kennisgebied

Werken en jezelf ontwikkelen als onderzoeker en wetenschapper

Samenvatting van Rapporteren (serie Taaltopics) van Braas

Samenvatting van Rapporteren (serie Taaltopics) van Braas

Samenvattingen en studiehulp bij Rapporteren (serie Taaltopics) van Braas

  • Boeksamenvatting bij Rapporteren (serie Taaltopics) van Braas is gedeeld op JoHo WorldSupporter

Inhoudsopgave

  • Hoe stel je een goede briefing en debriefing (onderzoeksomschrijving en terugkoppeling daarop) op? - Chapter 1
  • Hoe stel je de hoofdvraag in een onderzoek op? - Chapter 2
  • Hoe stel je een lang rapportage op? - Chapter 3
  • Hoe stel je een kort rapportage op? - Chapter 4
  • Hoe verantwoord je de geraadpleegde bronnen? - Chapter 5
  • Hoe verzorg je het uiterlijk van een rapportage? - Chapter 6

Naar de samenvatting

Samenvattingen en studiehulp gebruiken: Boeksamenvatting bij Rapporteren (serie Taaltopics) van Braas

Meer lezen

Academische vaardigheden en Onderzoeksvaardigheden als studie en kennisgebied

Werken en jezelf ontwikkelen als onderzoeker en wetenschapper

Samenvatting van De kleine schrijfgids van Hermans

Samenvatting van De kleine schrijfgids van Hermans

Samenvattingen en studiehulp bij De kleine schrijfgids van Hermans

  • Boeksamenvatting bij De kleine schrijfgids van Hermans is gedeeld op JoHo WorldSupporter

Inhoudsopgave

  • Schrijfgids - Hoe formuleer je een duidelijk leesbare zin? - Chapter 1
  • Schrijfgids - Hoe gebruik je de juiste woorden? - Chapter 2
  • Schrijfgids - Hoe gebruik je de juiste spelling? - Chapter 3
  • Schrijfgids - Hoe gebruik je de juiste leestekens en opmaak? - Chapter 4

Naar de samenvatting

Meer lezen

Academische vaardigheden en Onderzoeksvaardigheden als studie en kennisgebied

Werken en jezelf ontwikkelen als onderzoeker en wetenschapper

Samenvatting van Skill Sheets. An integrated Approach to Research, Study and Management van Tulder

Samenvatting van Skill Sheets. An integrated Approach to Research, Study and Management van Tulder

Samenvattingen en studiehulp bij Skill Sheets. An integrated Approach to Research, Study and Management van Tulder

  • Boeksamenvatting bij Skill Sheets. An integrated Approach to Research, Study and Management van Tulder is gedeeld op JoHo WorldSupporter

Inhoudsopgave

  • Core skills - Challenges: the need for integrating skill development - Chapter 0
  • Core skills - Researching - How to go about criteria, research aims, and research steps? - Chapter 1
  • Core skills - Study and managing of self - What are the basic principles for a continuous learning cycle? - Chapter 2
  • Core skills - Reading - What are the requirements for active reading? - Chapter 3
  • Core skills - Listening - What are the requirements for constructive listening? - Chapter 4
  • Core skills - Writing - What are the requirements for powerful writing? - Chapter 5
  • Core skills - Presentation - What are the requirements for effective presentations? - Chapter 6
  • Core skills - Management - What are the requirements for effective management? - Chapter 7

Naar de samenvatting

Meer lezen

Academische vaardigheden en Onderzoeksvaardigheden als studie en kennisgebied

Werken en jezelf ontwikkelen als onderzoeker en wetenschapper

Hoe gebruik je het juiste leesteken op de juiste plek in een Nederlandstalige tekst?

Hoe gebruik je het juiste leesteken op de juiste plek in een Nederlandstalige tekst?

Als je de regels voor het gebruik van leestekens niet beheerst, staat dit erg slordig. Lees daarom het volgende hoofdstuk door (I 100).

Basisregels voor leestekens

De volgende regels moet je kennen om op de juiste manier gebruik te maken van leestekens (I 1).

Je gebruikt een punt om een zin af te sluiten en na de punt begin je een nieuwe zin met een hoofdletter. In de directe rede schrijf je een punt voor de afsluitende aanhalingstekens. Bijvoorbeeld: Ze zei: 'Morgen gaat het onweren.'

Een komma moet je plaatsen als verbinding tussen twee hoofdzinnen zonder voegwoord en tussen twee hoofdzinnen verbonden met de voegwoorden want, dus of maar. Bijvoorbeeld: 'Treinen zijn maar onhandig, ze komen nooit op tijd.' Of: 'Zij wil graag zwemmen, maar moet nog huiswerk maken.' Ook tussen twee persoonsvormen komt een komma: 'Hoewel Piet veel pijn had, bleef hij optimistisch.'

Voor of na (bij)zinnen die beginnen met een voegwoord, komt een komma: 'Jan gaf het op, hoewel hij nog best had kunnen winnen.' En: 'Toen ik de kinderen riep voor het eten, kwamen ze meteen aangerend.' Dit geldt niet voor bijzinnen met omdat, of of dat. In korte zinnen mag je de komma ook weglaten.

Tussen de delen van een opsomming staat een komma en tussen twee gelijkwaardige bijvoeglijk bepalingen ook: 'Ik hou van mooie, felgekleurde bloemen. In mijn kamer heb ik rode, blauwe, witte en paarse bloemen staan.'

Een bijstelling wordt omgeven door komma's: 'Mevrouw Verbeet, onze nieuwe directrice, is erg streng.' Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin begint met een komma: 'Piet ging op bezoek bij onze nieuwe directrice, die erg streng is.'

Een zin in de directe rede die gevolgd wordt door zei hij, sluit je af met een komma. Deze komma vervalt wanneer de directe rede eindigt met een vraagteken of een uitroepteken. Zet de leestekens in ieder geval vóór de sluitingstekens: 'Ik heb een nieuwe fiets gekocht,' vertelde Ans. 'Waar haal je het geld vandaan?' vroeg Wilma. Een onderbroken citaat schrijf je zo: 'Nou,' antwoordde Ans, 'daar heb ik voor gespaard.'

Soms kun je met behulp van een komma een misverstand voorkomen. Kijk maar naar het verschil tussen de volgende drie zinnen: Hij verwent zijn kinderen niet uit liefde. Hij verwent zijn kinderen, niet uit liefde. Hij verwent zijn kinderen niet, uit liefde.

Een dubbele punt gebruik je in drie gevallen:

  • als er een opsomming volgt (zoals het gebruik van de dubbele punt hierboven).

  • aan het begin van een directe reden in combinatie met aanhalingstekens: Hij zei: 'Ik heb de dag van mijn leven!'

  • ná een aankondiging of vóór een conclusie: Opeens werd het stil in de zaal: de rechter was binnengekomen. Daar viel maar één ding uit af te leiden: iedereen was bang voor de uitspraak.

Na een dubbele punt volgt altijd een kleine letter, behalve in het geval van de directe rede met aanhalingstekens. Wanneer een tekst in de directe rede geen uitspraak is, maar een gedachte, vermoeden of ingeving, dan vervallen de aanhalingstekens en wordt er geen hoofdletter gebruikt. Bijvoorbeeld: Het jongetje dacht bij zichzelf: ik wil pruimen plukken.

Wees voorzichtig met het gebruik van de puntkomma. Dit teken kun je gebruiken tussen twee zinnen die samen één gedachte uitdrukken. Maar bij overmatig gebruik gaat de subtiliteit verloren. Dan kun je beter je eerste zin eindigen met een punt en de volgende zin met een hoofdletter beginnen.

Verder gebruik je een puntkomma tussen de delen van een opsomming wanneer de opsomming bestaat uit halve zinnen die onder een gemeenschappelijke kaderzin vallen. Dit geldt zowel voor opsommingen onder elkaar, als voor opsommingen naast elkaar. Voorbeeld: In dit verslag wordt uiteengezet: wat de oorzaak van het probleem is; welke maatregelen er genomen moeten worden; wat het eindresultaat zal zijn; hoe het financiële plan eruitziet.

Een vraagteken gebruik je alleen achter een directe vraag. Indirecte vragen eindigen met een punt. Dus: 'Hoe gaat het met tante Petra?' En: 'Oscar vraagt zich af hoe het met tante Petra gaat.'

Je zet een uitroepteken na een gebiedende zin of na een uitroep of emotionele uiting. Schrijf niet te veel uitroeptekens, want dan kom je als erg hysterisch over. Dit doet af aan de kracht van je verhaal.

De kommaregel voor de bijvoeglijke bijzin

De kommaregel voor de bijvoeglijke bijzin luidt als volgt: uitbreidende bijzinnen beginnen met een komma, beperkende bijzinnen niet (I 2). Vergelijk de volgende zinnen:

  1. De mensen, die in de rij stonden, werden ongeduldig.

  2. De mensen die in de rij stonden, werden ongeduldig.

In zin 1 zegt de bijzin die in de rij stonden iets over álle aanwezige mensen. Deze bijzin voegt extra informatie toe, daarom noemen we dat een uitbreidende bijzin. In zin 2 heeft de bijzin juist een beperkende functie: alléén de mensen die in de rij stonden, werden ongeduldig. De andere mensen die er waren, werden dat niet. Hier hebben we dus met een beperkende bijzin te maken.

Je zet de komma als aanwijzing voor hoe de zin uitgesproken moet worden. Lees zin 1 en 2 maar eens hardop. Bij de eerste zin hoor je een pauze na de mensen, terwijl je bij zin 2 in één keer doorleest.

Weet je niet zeker met wat voor soort bijzin je te maken hebt? Probeer dan het volgende:

aan een uitbreidende bijzin zou je met gemak de zin zoals u weet moeten kunnen toevoegen. Als dat niet gaat, heb je met een beperkende bijzin te maken. Om te controleren of je echt met een beperkende bijzin te maken hebt, kun je de welke/wat voor?-proef gebruiken. Daarbij is de bijzin het antwoord op je vraag. Twee voorbeelden:

  • De man die gisteren nog gezocht werd, is opgepakt.
    Welke man is opgepakt? De man die gisteren nog gezocht werd.

    Dit lukt, dus je hebt te maken met een beperkende bijzin.

  • De koning, die zelf van moderne kunst houdt, opende de tentoonstelling.

    Welke koning opende de tentoonstelling?

    Dit is een onzinnige vraag. Je hebt hier te maken met een uitbreidende bijzin.

Wat zijn de belangrijkste spellingsregels van het Nederlands?

Wat zijn de belangrijkste spellingsregels van het Nederlands?

De spellingscontrole van je tekstverwerker kan je een heel eind helpen bij het goed spellen van woorden (Sp 100). Toch is het handig als je de regels kent. Dan maak je vanzelf al weinig fouten in je spelling.

Werkwoorden

Fouten maken in de werkwoordspelling staat erg slordig en mensen zullen denken dat je ook op andere vlakken onzorgvuldig/niet erg slim bent (Sp 1 en Sp 6). Hier dus een aantal punten om op te letten.

Een woord staat in de tegenwoordige tijd wanneer je het woord morgen kunt toevoegen. De verwarring kan hier vooral ontstaan bij vormen in de tweede en derde persoon enkelvoud (jij en hij). De regel is hier: stam+t. Ga als volgt te werk (Sp 2):

  1. Spreek de volledige vorm van het werkwoord uit. Bijvoorbeeld: worden; beleven.

  2. Hak -en eraf en je hebt de stam van het werkwoord. Een slot-z wordt een -s en een slot-v wordt een -f. Een lange klinker krijgt een extra letter (stelen wordt steel) en bij een korte klinker gaat één van de medeklinkers weg (bellen wordt bel). De voorbeelden worden: word; beleef.

  3. Zet een -t achter de stam. Voorbeelden: wordt; beleeft.

Er zijn vier uitzonderingen op punt 3: het onderwerp is ik (ik word, ik beleef), jij of je staan in de functie van onderwerp áchter het werkwoord (Word jij ook vader? Maar wel: Wordt je broer ook vader?), je gebruikt de gebiedende wijs (Beleef de natuur!, Word ook donateur!) of de stam van het werkwoord eindigt zelf al op een t (Hij tast in het duister).

Een werkwoord dat eindigt op -de of -te (eventueel met een meervouds-n erachter) staat in de verleden tijd. Je kunt aan de zin het woord gisteren toevoegen. Hier moet je de regels van 't kofschip toepassen (Sp 3). Voer eerst stap 1 en 2 uit die bij de tegenwoordige tijd beschreven staan. Ga als volgt verder:

  1. Spreek de volledige vorm van het werkwoord uit.

  2. Hak -en eraf. Let op: de v en de z laat je nog even staan! Pas wel de veranderingen toe wat de lange/korte klinker betreft (zie stap 2 van de tegenwoordige tijd).

  3. Staat de laatste letter van de stam in 't kofschip (o en i tellen niet mee)? Dan moet je -te(n) toevoegen aan het werkwoord. Eindigt de stam op een andere letter, dan voeg je -de(n) toe.

  4. Maak nu van een v een f en van een z een s.

Voor het correct spellen van het voltooid deelwoord kun je dezelfde stappen doorlopen als voor de verleden tijd (Sp 4). Alleen eindigt het woord nu op een -t of -d zonder -e(n) erachter. Een voorbeeld volgens de stappen: (1) leven; (2) leev; (3) geleevd; (4) geleefd.

Engelse werkwoorden zijn een geval apart (Sp 5). Bij het spellen moet je niet kijken, maar luisteren naar de laatste letter. Als je bij de uitspraak van de laatste letter een medeklinker uit 't kofschip hoort, dan spel je -te. Zo niet, dan spel je -de. Hierbij behandel je een sj-klank als een s en een zj-klank als een z. Dus crashen wordt crashte en bridgen wordt bridgede.

Zoals je bij bridgen ziet, blijft de -e aan het einde van de stam staan. Uitzondering op die regel zijn de werkwoorden waarbij de -e betrekking heeft op een o-klank: scoren wordt scoorde.

Andere woorden

Algemeen

De grootste tip voor het correct spellen van woorden: zet je spellingchecker aan (Sp 7). Het Nederlands kent drie soorten woorden. Vreemde woorden zijn woorden die ongewijzigd uit een andere taal zijn overgenomen, en die we dus spellen zoals ze in die taal gespeld worden. Bastaardwoorden zijn ook ontleend aan een andere taal, maar deze woorden zijn op bepaalde punten aangepast aan de Nederlandse spelling of grammatica. Ten slotte zijn er nog de Nederlandse woorden die ofwel altijd al in onze taal bestaan hebben, ofwel zo vernederlandst zijn dat we ze niet meer als vreemd herkennen.

Samenstellingen

In het Nederlands schrijven we woorden die samen een nieuw woord vormen, altijd aan elkaar (Sp 9). Dit noemen we samenstellingen. Voorbeelden zijn: tafelvoetbal, doe-het-zelfwinkel, eerlijkheidsfactor, roombotervlootje, hierin, daarop, ertegenaan.

Deze tussen-n-regel schrijft voor wanneer je bij een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden een n schrijft tussen de twee woorden (Sp 8). De hoofdregel is dat je een tussen-n schrijft als het eerste woord in het meervoud -en krijgt. Hier zijn een paar uitzonderingen op. Schrijf géén tussen-n als

  • er een meervoud op op -s mogelijk is (groente heeft twee meervoudsmogelijkheden: groenten en groentes, dus in een samenstelling blijf de -n- achterwege: groentesoep)

  • er geen meervoud mogelijk is (tarwe heeft geen meervoudsvorm, dus in een samenstelling komt er ook geen -n-, dit wordt tarwemeel)

  • het eerste woord verwijst naar iets waar maar één exemplaar van is: Koninginnedag (maar: koninginnensoep), zonnebril, maneschijn.

  • de betekenis van de samenstelling niet uit de delen af te leiden valt: dageraad, hunebed, nachtegaal.

Als één van de twee woorden uit de samenstelling géén zelfstandig naamwoord is, komt er over het algemeen géén tussen-n: huilebalk, hogeschool, beregoed, boordevol. Er is echter een uitzondering: als het tweede deel van de samenstelling geen zelfstandig naamwoord is, maar het eerste deel van de samenstelling kan letterlijk als maatstaf worden opgevat, dan komt er wél een tussen-n: mijlenver, urenlang, flessengroen.

Meervoudsvormen

Voor Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn er twee meervoudsuitgangen mogelijk: -s en -en (Sp 10). De basisregels hiervoor zijn: kies een -s wanneer de laatste lettergreep van het enkelvoud bestaat uit een stomme-e-klank (een sjwa) met daarachter één van de medeklinkers uit het woord molenaar. Kies in alle andere gevallen voor -en.

Daar komen om het woord in zijn geheel goed te kunnen spellen de volgende regels bij:

  • Als de laatste lettergreep een 'korte klinker' heeft, verdubbel je de medeklinker: bal-ballen, pen-pennen, bos-bossen.

  • Deze letterverdubbeling krijg je niet wanneer de laatste lettergreep wordt uitgesproken met een onbeklemtoonde sjwa: monnik-monniken. Deze regel geldt daarnaast voor alle woorden die eindigen op een onbeklemtoonde -ik of -it: havik-haviken, kievit-kieviten.

  • Als een meervouds-s een uitspraakfout oplevert, schrijf je hem niet aan het enkelvoud vast, maar plaats je er een apostrof tussen. Dus niet autos maar auto's.

  • Als een woord eindigt op dubbel ee, krijgt dit woord een extra -en in het meervoud: zee-zeeën.

  • Voor woorden op -ie met een meervoud op -(e)n geldt dat woorden met een onbeklemtoonde laatste lettergreep de uitgang -n krijgen. De woorden met een beklemtoonde laatste lettergreep krijgen de uitgang -en: ceremonie-ceremoniën, energie-energieën.

  • Veel woorden die ontleend zijn uit andere talen, behouden hun oorspronkelijke meervoudsvorm uit die taal. Voorbeelden: criterium-criteria, logé-logés, diner-diners. Voor woorden als museum en datum zijn twee varianten geaccepteerd: de oorspronkelijke (musea, data) en de vernederlandste (museums, datums). Schrijf echter nooit musea's of data's, want dat is een dubbelmeervoud.

Woorduitgangen

De volgende regels met betrekking tot de woorduitgangen moet je kennen (Sp 11).

Woorden als vele en sommige krijgen een -n wanneer ze zelfstandig gebruikt worden én naar mensen verwijzen. Dus: sommigen lazen de krant; vele mensen stonden te kijken; er stonden veel bloemen, maar sommige waren al verwelkt.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord heeft een uitgang op -en: houten kast, wollen jas.

Als je een bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord gebruikt, is de uitgang -te: hoogte, rondte, grootte.

Als je een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord gebruikt, krijgt het voltooide deelwoord een -e: de groeiende planten, de verhoogde plank.

Franse en Engelse zelfstandige naamwoorden hebben een eigen wil:

  • Woorden op blijven in het meervoud vormvast, maar krijgen bij verkleining een klinkerverdubbeling: logé-logés-logeetje.

  • Woorden op -er blijven altijd vormvast: diner-diners-dinertje.

  • Woorden op -y (Engels) blijven ook vormvast: hobby-hobby's-hobby'tje.

Vroeger had het Nederlands naamvalsuitgangen. Daarvan zijn er nog een aantal bewaard gebleven. In veel gevallen is het een kwestie van 'bij twijfel even opzoeken hoe het ook alweer hoort'. Om je tegemoet te komen, noemen we er een paar:

  • Van het lidwoord des is in veel gevallen alleen de s-klank over. We schrijven dan een apostrof op de plek van de weggelaten letters: 's avonds, 's-Hertogenbosch. Deze 's wordt nooit als hoofdletter geschreven.

  • De uitdrukking te allen tijde wordt vaak verkeerd geschreven. Voorgaande spelling is de enige juiste.

  • Er is een verschil in betekenis tussen ten slotte en tenslotte. Ten slotte betekent 'tot slot'; tenslotte betekent 'immers, uiteindelijk'.

Voor verkleinwoorden kent het Nederlands vijf uitgangen; -tje, -je, -pje, -kje en -etje. Deze uitgang schrijf je altijd aan het woord vast, dus zonder apostrof. Hier zijn een paar uitzonderingen op: Engelse woorden die eindigen op -y, cijfers en afkortingen krijgen wél een apostrof: lolly'tje, A4'tje, sms'je. Verder moet je bij woorden die eindigen op een enkele klinker de klinkerverdubbeling toepassen omwille van de uitspraak: paraplu-parapluutje, ski-skietje.

Hoofdletters

Voor het gebruik van hoofdletters gelden de volgende regels:

  • Iedere eerste zin en iedere nieuwe zin na een punt, begint met een hoofdletter. Zinnen na een komma, puntkomma of dubbele punt beginnen altijd met een kleine letter.

  • Eigennamen of samenstellingen met een eigennaam erin krijgen een hoofdletter. Bijvoorbeeld namen van mensen, dieren, gebouwen of verengingen. Ook namen van heilige personen uit een religie vallen hieronder.

  • Samenstellingen waarvan het eerste lid bestaat uit een eigennaam die dient om de soort van het tweede lid aan te duiden, schrijven we met een kleine letter (mariakaakje).

  • Het voorzetsel of lidwoord van een achternaam krijgt alleen een hoofdletter wanneer de voornaam of voorletter ontbreekt. Dus Marieke de Vries, maar mevrouw De Vries.

  • Namen van feestdagen worden met een hoofdletter geschreven.

  • Namen van een politieke, religieuze of culturele stroming die is afgeleid van een eigennaam, krijgen een kleine letter (calvinisten, marxisme). Ook historische periodes worden met een kleine letter aangeduid (middeleeuwen).

  • De namen van aanhangers van een religie beginnen met een kleine letter (joden, moslims).

  • De namen van leden van een etnische groep of inwoners van een geografisch gebied worden met een hoofdletter geschreven (Nederlanders, Joden).

  • Geografische eigennamen en hun afleidingen krijgen een hoofdletter (Nederland, Nederlanders, ik studeer Nederlands). Dit geldt ook voor samengestelde eigennamen, waarbij beide delen een hoofdletter krijgen (Zuid-Azië, Los Angeles).

Tekens

Tekens boven en tussen letters

Wanneer spel je een woord met een trema, liggend streepje, accent of apostrof? Daar zijn verschillende regels voor (Sp 13).

Een trema gebruik je alleen wanneer er een kans is dat twee opeenvolgende klinkers verkeerd worden uitgesproken. Spel dus reëel en reünie met een trema, maar woorden als principieel, beangstigen of bevloeiing zonder trema. Woorden met de Franse uitgang -ien of de Latijnse uitgang -eum krijgen nooit een trema: opticien, museum. Bij woorden die eindigen op -ie en een meervoud hebben op -(e)n, komt er altijd een trema op de laatste e. Zie voor de precieze regels Sp 10 over meervoudsvormen.

Liggende streepjes worden gebruikt in tweeledige woorden. In de volgende gevallen moet je een liggend streepjes schrijven:

  • Het eerste deel van het woord komt ook los voor en er is kans op een verkeerde uitspraak: mee-eter, zee-egel, na-apen. Deze regel geldt ook voor het achtervoegsel -achtig (zebra-achtige dieren), maar weer niet voor uitgeschreven getallen (drieëntachtig).

  • Een van de twee delen is onverbogen en bepaalt het andere deel: privé-arts, niet-roker (eerste deel bepaald het tweede); Staten-Generaal (tweede deel bepaald het eerste deel).

  • De delen zijn gelijkwaardig aan elkaar: rood-wit-blauw, woon-werkverkeer.

  • De woorden vormen een samenkoppeling. Dit zijn een paar losse woorden die samen een uitdrukking zijn gaan vormen. Wanneer de samenkoppeling in een samenstelling of afleiding zit, schrijf je het laatste woord van de samenkoppeling zonder liggend streepje aan et volgende woord: nek-aan-nek, nek-aan-nekrace; doe-het-zelf, doe-het-zelfwinkel.

  • Het eerste deel is een letter of een cijfer: A-film, 80-jarige, t-shirt.

  • Veel Griekse of Latijnse voorvoegsels krijgen meestal een koppelteken, anderen krijgen meestal geen koppelteken. Vergelijk semi-professioneel, ex-commandant met asociaal, antifile. Soms zijn er zelfs twee mogelijkheden: co-assistent en coassistent zijn beide juist. Raadpleeg bij twijfel het Groene Boekje.

  • Nederlandse samengestelde aardrijkskundige namen spel je met een liggend streepje (Noord-Holland, Diemen-Zuid), behalve als het eerste woord een verbogen bijvoeglijk naamwoord is, eindigend op -e: Hoge Veluwe, Nieuwe Rijn.

  • In een samenstelling kun je een woorddeel weglaten, wanneer dat woorddeel zich in de volgende samenstelling herhaalt: voor- en tegenspoed, basis- en voortgezet onderwijs.

Voor het juiste gebruik van accenttekens in woorden, kun je het beste je tekstverwerker of woordenboek raadplegen. Wel handig om te weten: het Nederlandse woord een krijgt alleen accenttekens als je de uitspraak één (telwoord) bedoelt, maar het woord ook als lidwoord gelezen kan woorden. Dus: 'Een van mijn beste vrienden is topvoetballer', en: 'Ik heb één kat.'

In de volgende gevallen gebruik je een apostrof:

  • Voor een s-uitgang om verkeerde uitspraak te voorkomen: oma's, kassa's, Julia's dagboek. Als er geen uitspraakverwarring mogelijk is, komt er ook geen apostrof. Je schrijft dan gewoon Annes dagboek, portemonnees, cafés.

  • Een eigennaam die eindigt op een s-klank krijgt om bezit uit te drukken een apostrof zonder extra -s: Lucas' werkstuk, Max' horloge.

  • Engelse woorden die op een -y eindigen, maar waar geen andere klinker voor staat, krijgen een apostrof bij het meervoud: hobby's. Maar staat er wél een andere klinker, dan wordt de -s aan het woord vast geschreven: diskjockeys.

  • In afleidingen van cijfer- en letterwoorden: A4'tje, cd's, 55+'er.

  • Als je letters weglaat: 's middags, A'dam.

Afkortingen

De volgende regels gelden voor het correct schrijven van afkortingen (Sp 14):

  • Als je een groepje woorden afkort tot de beginletters van die woorden, volgt na iedere letter een punt: m.b.t. (met betrekking tot), o.v.v. (onder vermelding van).

  • Als je een samengesteld woord afkort, komt alleen aan het einde een punt: blz. (bladzijde). Uitzondering: a.s. (aanstaande).

  • Wil je een samengesteld woord in het meervoud afkorten, dan verdubbel je de laatste letter: blzz. (bladzijdes).

  • Eindigt jouw zin met een afkorting die met een punt eindigt, dan komt er geen extra punt als zinsafsluiting: 'In de dierentuin zagen we zebra's, olifanten, giraffen enz.'

  • Afkortingen van eigennamen van instellingen, organisaties of regelingen, schrijf je in hoofdletters, zonder puntjes: KRO, ANWB, VUT.

  • Namen van scholen schrijf je in kleine letters; type onderwijs schrijf je in hoofdletters zonder puntjes: havo, hbo, HLO (hoger laboratoriumonderwijs) HBO (hoger beroepsonderwijs).

  • Maten en gewichten kort je af zonder punten: l (liter), cm (centimeter), kg (kilogram).

Core skills: What are the requirements for powerful writing in English?

Core skills: What are the requirements for powerful writing in English?

1. Principles of Powerful Writing

Before you start writing you should have an idea of the output you are aiming for. Some rules of writing: 1. Think, 2. Powerful writing is rewriting, 3. Take sufficient time for brainstorming, 4. Be consistent, 5. Powerful writing requires managing different roles, 6. The occasion defines the most appropriate writing form, 7. Avoid plagiarism, 8. Reveal sources, 9. Easy reading is hard writing, 10. Contents and writing skills are complementary to each other.

1. Inventory (brainstorming)

You write anything that comes into your mind. The function of this phase is to provide space to write down everything about the problem.

2. Structure (norming)

It requires read and judge to have powerful writing. The more structured you have worked during the inventory phase the easier this phase. Minimum requirement of academic writing is mastering basic grammar with correct use and revelation of sources.

3. Formulation (performing)

Rewriting is important. It is necessary to do this to ensure quality report.

4. Editing

Editing requires separate state of mind. Editor check for three aspects: 1. Logic, 2. Readability, 3. Layout. Editing can take several rounds of rereading and rewriting.

2. Plagiarism

Plagiarism is increasingly become serious phenomenon. Acknowledging your sources are important to increase your credibility

What is plagiarism?

  • Copying somebody else’s paper and delivering it as your own

  • Literally copying large part of somebody else’s text with or without referencing

  • Copying paragraph or sentence without quotes

  • Copying with some changes in words with or without references

  • Writing down a paragraph or sentence while it is not clear whose work it is.

  • Copying somebody else’s text with incorrect sources.

What is not plagiarism?

  • Writing down common knowledge

  • Quoting of quantitative data with source place directly

  • Quoting a number of sentences from another author with proper reference to the author

  • Paraphrasing with reference.

Causes of plagiarism

  • It is easy to copy somebody else’s work with the rise of computer and internet

  • Many online firms offer papers against payment

  • The person does not know precisely what is right or wrong.

How to avoid plagiarism?

  • Paraphrase

  • Quote only a brief paragraph

  • Include correct references

  • Collect few similar text and write down the comparisons

  • Do not make yourself responsible for judgements of others

  • Do not accept any excuses to commit plagiarism.

3. Reporting: Opening Parts

Standard reporting consist of title page table of contents, acknowledgement and introduction with some other optional parts

A title page (of a research report) includes:

  • A clear and informative title and descriptive subtitle

  • Full name of authors in alphabetical sequence

  • Place and date

  • Name of supervisor

  • Institutional affiliation

A Table of contents includes:

  • A typographical formula revealing the structure

  • All introductory components following the table of contents

  • All part titles in capital letters and bold print

  • All chapter titles and sections that are numbered

  • All closing components with page indication

A Preface/Acknowledgement includes:

  • A short explanation stating why this research is of interest

  • A brief reference to the scientific discourse that relates to this piece of work

  • A list of the people you have cooperated

  • A ‘thank you’ line for your supervisor? It can be counter-productive.

  • ‘I’ form can be use instead of we

  • Name, place and month/year at the end

  • n shorter article acknowledgement can contain your background else well.

An Introduction includes:

  • Basic research question and research aims

  • A longer explanation of the background of your question

  • An explanation of the methodology

  • Outline of parts/chapters

  • Guidance for different types of readers

  • No announcement of a conclusion/summary

  • A statement concerning all of the relevant choice

  • Some definition is necessary

Layout opening components

Some minimum requirements: 1. Title page, 2. Table of content, 3. Preface/acknowledgement, 4. introduction

4. Reporting: Main body

User-friendliness = Readability

  • Firstly, state what is the main message

  • Always organise text according to an increasing degree of specificity

  • Assist the reader with summaries ad intelligent headings

Purposeful chapters and sections

  • Refer to the content of the last section

  • State what is discussed in the section itself

  • Make clear why you have chosen this particular sequence

  • Think about a ‘catchy’ first line that attracts the attention of the reader

Conclusive chapter and sections

  • Always give a brief summary of a chapter and a longer section

  • Never add material/information to the presentation in your concluding statement

  • Think about the nature of your last line

Paragraphs

  • Paragraph are not sections

  • A paragraph indicates a separate element in your text

  • Focused opening lines enable readers to grasp your message quickly

5. Reporting: Final Parts

Minimum requirement: conclusions and biography with some optional such as epilogue and glossary

Conclusion

  • Conclusion always repeats the research questions

  • After summarising, write the well-structured answer to the question

  • Final conclusion considers the flaws in your research methodology or other problems

  • A conclusion never adds new information

  • The conclusion ends with a good last line

Conclusion specify recommendations for further research

Epilogue

It is mainly used when new information has appeared between time of finishing the main transcript and going to the supervisor

Glossary

It contains concepts and a short description of their meaning. It is not a complement of the text. Try to refrain from composing a glossary

Annexes

You put an explanation, data and tables in an annex:

  • When the information can be summarised easily in the text

  • When it only contains background information

  • When you need to explain of methodology

  • Always includes the full questionnaire

Some rules of annex:

  • Stand on its feet

  • Write annex only when you have referred to it in the text

  • Give annexes a number

  • Limit the number

  • Number the pages of the annexes as ongoing pages

Bibliography

Index

It contains the most important concepts and names and reveals the location in the text by page number. It is a good idea to write index as it might help to consider the keywords that are most relevant to your type of research.

6. Argumentation

Argumentation = dull

Scientific text is transparent, predictable and relatively dull. You specify everything beforehand

Characteristics of good and bad argumentation

Good: clarity, succinctness, simplicity, precision

Bad: ambiguity, lengthiness, unnecessary use of complete vocabulary, inaccuracy

Pro and con arguments

A good method of arguing is by systematically trying to list arguments ‘in favour’ and ‘against’ an observation.

  • If there are many convincing arguments, it indicates the overall argument might be true

  • If more against, it indicates that you should not support the observation

  • Some argument can be more important than others

  • If the number of pros and cons are the same, think of the conditions where each prevails

Schematising your argumentation

Schematising is the use of table and logic tree to argue

Definitions

  • Clear, succinct

  • Non-circular

  • Content specific

  • Explicit on main points and side issues

Fallacies in argumentation

Some common fallacies in argumentation:

  • The use of authority and big names

  • Use of normative adjectives

  • Use of normative assessments

  • Improper deductions

Strengths and weaknesses

It is better to make an inventory and then make a selection from an overall view than on the basis of partial argumentation

Necessary and/or sufficient condition?

Two conditions are whether it is necessary or sufficient. The strongest type of argument is when it is necessary and also sufficient

7. Rewriting

Your writing should be clear, succinct, simple and precise.

Powerful writing requires a particular state of mind...

Vices and virtues in attitudes to writing

  • Vices: self-satisfaction, disdain, rigidity and resistance to working more rationally

  • Virtues: self-criticism, empathy, professionalism, systematic and reflexivity

...Which changes over time

Two problems can appear if you lack the mental state to separate writing texts from reading:

  • Many people have difficulty correcting their own writing

  • If you try to correct it on-screen you lose the overview of all the components

8. Style: Common Errors

Reification

It means attaching personal characteristics to a organisation or institutions. It often error in style but may also indicate error in interpretation as well.

Passive instead of active phrasing

Passive writing tends to be heavy and unfavourable in writing.

Long instead of short sentences

Lengthy sentences are usually unnecessary and weaken argument

Abusing brackets and quotation marks

Try not to have more than two or three remarks in brackets per page

Most statements in bracket can be written in a separate sentence

Abuse of footnotes

Footnotes are often abused to elaborate on certain additional points that are excluded from the text. Exception to this:

When referencing to interviews

When referring to ad internet source

When you aim at different audiences

Unspecific time indication

Be specific in timing issue and always be positive

Unclear or ambiguous indications

Use name correctly to ensure no ambiguities

Gender-specific language

Avoid using this language since it is more appropriate to use alternatives

Writing in another language

If you write in another language make sure you are sufficiently fluent in that language

9. Style: Phrasing Problems

It sometimes better to avoid using some words such as these:

  • ‘Having said this': you are writing not talking

  • ‘Thus.., therefore’: conclusion does not have to be announced

  • ‘In short’: so before you couldn’t formulate your argument in a more concise way

10. Spelling: Common Errors

1. Time indication

  • You can use slash to indicate a financial or academic year

  • You can abbreviate months when used in tables and footnotes

2. Numerals

  • Generally spell the numbers. Nevertheless for more tedious one numeral can be used

  • Be aware of punctuation differences

3. Common spelling errors for non-native English speakers

Non-native speaker sometimes try to link words wrongly or wrong usage of hyphen. English nevertheless has used some compound words as well

4. Typos and spell checkers

Typographical errors are irritating and decrease the credibility of the text. Be aware of the difference between American and British English

5. Authentic foreign keywords

  • Explain the first time they appear

  • Does not apply for company names

  • Consistency in spelling

Anglicised names

Consistency in names is important

Listing common words

In order to avoid lengthy and tedious spelling checks, start by making a short list of the words that you are likely to use often. Also decide upon your preferred spelling.

11. Quoting and Paraphrasing

Three dimensions of correct quotation: 1. The difference between direct quotation and paraphrasing, 2. How to reproduce the text and 3. When and how to add changes to a quote

Direct quotations

  • A few words: Put this in single quotation marks and use a comma to separate your own introductory phrase

  • A short quotations: use a colon to introduce smaller quotations

  • Longer quotations: usually indented and separated from the main text. Some publishers leave out quotation marks for these indented quotes

  • Consecutive quotations: it is necessary to indicate source of each in a separate reference

Paraphrasing

You reproduce substantially the form and combination of ideas taken from another source but put it in your own words.

  • Referring to sources is even necessary if you adopt line of reasoning, idea, phrase and even a word from someone else

  • Abstain from paraphrasing an argument that has been paraphrased by someone else

  • Never paraphrase an indirect source while referring to the original source

  • When paraphrasing a list of points, includes the source and introductory sentence

Sources for quotations

  • Secondary sources: looks for the original sources and quote properly.

  • Interviews: no direct quotation from interviewee. When referencing, try to accommodate privacy of the interviewee

Changing quotes?

  • Original spelling: do not change original spelling. Insert parentheses when you omit something from direct excerpt. Add bracket if you change the word form

  • Double/single quotations: depends on your style. Use double when you want to emphasise that in the original excerpt one word gets quoted.

  • Add emphasis: state emphasis added whenever you underline or italics some words in the quotation.

12. References

Also refer to your source. Reference and bibliography should enable reader to 1. Return to the original sources, 2.show the reader where you got the information from, 3. Enter into a more fruitful discussion

Reference systems

  • Harvard reference system: it gives a shortened reference in the text and a full reference in bibliography

  • Note reference system: it gives the reference in a note at the bottom of a page. Do not use end-notes, no abbreviation if possible.

Reference types

  • General referencing: if you mention a general message in the writing of other, it is sufficient to mention the author and the year of publication. For newspaper and magazine, it is better to use date than the number of edition.

  • Argument reference: it should follow that the more specific you use the work of other the more specific the reference will be.

  • Internet references: always reveal the complete source as well as the date consulted, directly mention the article instead of the complete website address (for article), and refer to the author if you know the writer.

13. Abbreviations and Acronyms

1. Abbreviations: When to avoid them

  • A reader will not automatically know what you mean by an abbreviation

  • It is better to spell abbreviations in full the first time and repeat the abbreviations during a longer text

  • The meaning of abbreviations can be completely different in different language

  • Write in full, do not use contracted form

  • Readers think of different meanings with common abbreviations of Latin expressions in scientific texts.

2. Abbreviations: How to use them correctly

  • Abbreviation job titles: it is recommended to check national spelling as it differs from country to country

  • International system of measurement: usually written in lower case

  • Currency indications: currency abbreviation should always be preceded by the currency indication. Spell the currency if you are unsure that the reader understands.

  • Nationally used abbreviations: usage of some nationally used abbreviation is allowed even in English language like status of companies

  • Abbreviation with or without full stop: it is dropped in international system of measurement and in some language for personal indication. Most abbreviation uses no full stop. Full stop added in abbreviation of countries and cities and according to convention

  • Economise on space: table, boxes and figures: you can use more abbreviation in tables, boxes and figure but you need to explain the meaning.

14. Tables, Figures and Boxes

1. Main aspects tables/figures/boxes

  • The status: always identify the source accurately, no source indication means it is your own invention

  • The aim: it contains a clear heading/ title that reveals the topic, the place and the time frame.

  • The main contents: distinguish column and row indicators, includes a legend and under the table includes explanations

  • Figures, tables and boxes should be a support for the text but it should stand on its own.

2. Qualitative tables

Table consist of summarise of your own argument and other people’s argument.

3. Layout: tables and figures

  • Always spell figure and table in full

  • Number tables and figures preferably by chapter

  • Always begin the heading/title in capital letter

  • No full stop at the end of items

  • Always place the number and description above the table.

  • Capital letter for source and note indication

  • Add explanatory notes

  • Distinguish clearly what belongs to table/figures and what belongs to the main text

  • Be aware of copyright provisions

  • Position table on relevant page

  • Use landscape only if the table has many columns

4. Layout: Boxes

When included, boxes:

  • Should you have a clear function in the text

  • Often serve illustrative and/or layout purposes

  • Should identify a source that can be placed in or below the box

  • Should preferably not longer than one page

. Bibliography

Golden rules of a bibliography

  • list your sources alphabetically and chronologically

  • Do not include sources that you have not referred to in the text

  • Do not include works that you have not read

  • Do not split up your bibliography according to sources

Digital administration bibliography

Some advantages of using digital administration bibliography:

  • Abstracts are included in your bibliography

  • Keywords are included

  • Automatically updates your bibliography

  • Providers of these programs frequently update their reference style

  • Makes your research effort more efficient

Bibliography: author

  • Starts most of the time with the last name of an author.

  • Prefix: in references in the text they are stated first

Overview main bibliographical references

Most widely used bibliography references are summed up in this paragraph.

Books

Date of publication: only state the year

Full title information of publication

Essential information on the publisher

Never used the original source if you used a translation

Date of publication

Periodicals

Add the exact page references in a periodical article

Website

Adds: It is necessary to include the exact date, URL and store email address that was used as a reference

Layout bibliography

  • When the reference is longer that one line use an indent for the remainder of the reference

  • It is sufficient to use ‘-‘ when one name is used several times

  • Works by single author precede works edited by that author

  • Bibliographical entry always refers to the whole source

16. Layout

A good layout is always instrumental in getting you message across

One space

Always leave only one space margin after full stop, comma, etc

Italics

Do not hesitate to use italics to attract reader’s attention

Indents

Consider the consequences of using indent as it may give the shaky image

Chapters/sections

Begin on a new page (Chapter), section can begin anywhere

Chapter generally is separate part of the analysis that is more than five pages

Write down the number for a section not by name

Paragraphs

  • Use tab or one or two spaces before the first line

  • Avoid having many short paragraph on one page

  • Avoid long paragraph of more than one page

Position title/headings/figures/tables

Check that title is not positioned at the bottom of the page. This is called widow or orphan construction

Tables and figures should also be an one page

Headings and titles

  • Formulate short headings

  • Rarely contains full sentence

  • Formulate active and direct headings

  • Always use it as support and guidance

  • Do not centre headings

  • Make it clearly distinguishable

  • Show different level consistently

Clearly structured text

Text should be clearly predictable with simple headings, subheadings, etc.

Hoe stel je een goede briefing en debriefing op voor je onderzoeksrapportage?

Hoe stel je een goede briefing en debriefing op voor je onderzoeksrapportage?


  • Het resultaat van veel werkzaamheden wordt pas voor anderen toegankelijk door de rapportage ervan. Het schrijven van rapporten verdient daarom dus aandacht. ‘Rapporteren’ is het doen van verslag van uitgevoerd onderzoek.
  • Rapporten zijn er in verschillende soorten. Een mogelijke verdeling van deze rapporten is die in lange en korte rapporten. Daarbij ligt de grens op een omvang van vijf inhoudelijke pagina’s. Tijdens een studie op hogeschool of universiteit worden er vooral lange rapporten geschreven en daarna vaak juist korte, want tijdens de opleiding moet getoond worden waar de resultaten op gebaseerd zijn en na de opleiding wordt er vaak op vertrouwd, dat het met de aanpak en onderbouwing wel goed zit.
  • Een rapportageproces begint met een briefingproces, van waaruit men komt tot het vaststellen van een hoofdvraag. Van daaruit kan men enerzijds beginnen met de planning en de uitvoering van het onderzoek en anderzijds de planning en tussentijdse bijstelling van de rapportstructuur. Vanuit deze twee kanten komt men uiteindelijk tot het formuleren van een rapporttekst, het vormgeven van het rapport en aanbieden en/of presenteren van het rapport. Bij een scherp geformuleerde hoofdvraag kan al voor de uitvoering van het onderzoek een goede tekststructuur worden ontworpen voor het rapport.
  • Rapportage van onderzoek is niet altijd eenvoudig, omdat niet altijd duidelijk is, wat de opdrachtgever precies wil en omdat de opdrachtgever vaak geen duidelijk geformuleerde opdracht geeft. Daarom is een goede briefing (opdrachtomschrijving) en debriefing (terugkoppeling op de opdrachtomschrijving) nodig.

Wat is het briefingproces doorlopen?

De noodzaak van een uitgebreide briefing is altijd relatief en dus afhankelijk van de soort onderzoek en de opdrachtgever. Er zijn verschillende soorten onderzoek:

  • Gebonden onderzoek, waarbij de onderzoeker/rapportschrijver werkt in opdracht van een organisatie.

  • Vrij onderzoek, waarbij de onderzoeker/rapportschrijver zelf het onderzoeksonderwerp kiest.

Het onderwerp van een onderzoek moet goed en helder afgebakend worden. Ook moet het doel van het onderzoek en de rapportage duidelijk zijn. Verder moet ook duidelijk zijn, wie de lezer van een onderzoeksrapportage is. Hiervoor is dus een goede briefing nodig: een instructie van de opdrachtgever aan de uitvoerder. Het briefingproces bestaat uit twee delen:

  • De briefing, of de vraag om iets te onderzoeken;

  • De debriefing, ofwel de terugkoppeling van de onderzoeker, dat hij alles goed begrepen heeft.

De debriefing is noodzakelijk;

  • Voor de opdrachtgever om na te gaan, of duidelijk is overgekomen, wat hij voor ogen had;

  • Voor de onderzoeker, om te controleren, of hij alles goed heeft begrepen en geconcretiseerd.

Wat is de briefing-checklist opstellen en doorlopen

In briefings in de reclame- en marketingwereld worden de achtergronden, het doel en de stijl van een reclamecampagne beschreven, zowel direct als indirect. De opdrachtgever en de uitvoerder hebben beiden veel aan een checklist voor een briefing. Zo kan de opdrachtgever aan de hand van de checklist goed nagaan, of alle belangrijke punten vermeld zijn en kan de uitvoerder nagaan, of alle noodzakelijke informatie beschikbaar is.

In een checklist voor een briefing staan bijvoorbeeld de vragen

  • Voor welke organisatie een opdracht moet worden uitgevoerd (een extern onderzoeker zal zich bijvoorbeeld moeten verdiepen in de organisatie, de organisatiecultuur, de voorgeschiedenis en het publiek van de onderzoeksresultaten);

  • Welke voorgeschiedenis een onderzoek heeft (wat er al onderzocht is en welke gegevens er dus al bekend zijn);

  • Wat de opdrachtgever precies wil;

  • Wat de hoofdvraag (of centrale vraag of probleemstelling) van het onderzoek is en wat de deelvragen;

  • Wat (zo concreet mogelijk) het doel van het onderzoek is;

  • Wat voor soort onderzoek er gedaan moet worden (deskresearch naar bekende informatie in bestaande bronnen of fieldresearch. Hierbij wordt nieuwe informatie verzameld in een kwantitatief onderzoek, waarbij veel data worden verzameld met bijvoorbeeld een enquête, om generaliserende uitspraken te kunnen doen of in een kwalitatief onderzoek, waarbij de onderzoeker meer wil weten over meningen of beweegredenen van respondenten);

  • Wat de planning is;

  • Welke middelen er beschikbaar zijn;

  • Wie de lezers van de rapportage zijn;

  • Welke informatie de lezers nodig hebben;

  • Hoe de lezers tegenover de uitkomsten van het rapport staan.

Wat is briefing bij gebonden onderzoek en bij vrij onderzoek?

Er bestaan verschillen in de rol van de uitvoerder en opdrachtgever bij gebonden en vrij onderzoek. Bij gebonden onderzoek:

  • Verstrekt de opdrachtgever de opdracht aan de uitvoerder;

  • Vraagt de uitvoerder om precisering van de opdracht;

  • Doet de uitvoerder eventueel voorstellen voor het bijstellen van de onderzoeksvraag;

  • En accordeert de opdrachtgever het plan van aanpak.

Bij het uitvoeren van vrij onderzoek:

  • Stelt de uitvoerder zelf de opdrachtomschrijving op;

  • Legt de uitvoerder de opdrachtomschrijving ter goedkeuring voor aan een begeleider;

  • Vraagt de begeleider om precisering;

  • Eist de begeleider eventueel bijstelling van de onderzoeksvraag;

  • En accordeert de begeleider het plan van aanpak.

Wat is je aanpak en planning van het onderzoek?

Een plan van aanpak is handig bij het uitvoeren van onderzoek. Daarbij kan het handig zijn om een mindmap te maken: een kaart van de gedachten. Op die manier worden alle aspecten van het onderzoek in kaart gebracht, waarna het onderzoek verder kan worden gestructureerd met een plan van aanpak of een ‘product breakdown structure’ of een ‘work breakdown structure’. Deze middelen voor het bewaken van de voortgang in het onderzoek moeten regelmatig erbij worden gepakt om die voortgang ook daadwerkelijk te checken.

  • In een plan van aanpak moeten concreet worden besproken:

  • De hoofdvraag van het onderzoek (met concreet geformuleerde probleemstelling, deelvragen en een duidelijke doelstelling);

  • De onderzoeksopzet of stapsgewijze opzet van de onderzoeksaanpak (bijvoorbeeld deskresearch, fieldresearch of analyse);

  • De middelen (tijd, geld, menskracht, technische hulpmiddelen met een lijst van mogelijke informatiebronnen);

  • De voorlopige rapportindeling.

  • Een lijst van producten die allemaal moeten worden gemaakt;

  • De planning en taakverdeling, zo concreet mogelijk en van achteren naar voren.

In een product breakdown structure (PBS) wordt aan het einde begonnen; het product wordt in gedachten genomen en tot op het kleinste schroefje uit elkaar gehaald. Daarna worden de onderdelen die bij elkaar horen bij elkaar gelegd (de strcuture). Voor een onderzoek en een rapport is de PBS als volgt:

Eerst moet gekeken worden, wat de onderdelen van het eindrapport zijn, dus een inleiding, inhoudsopgave, hoofdstukken met data, conclusie, aanbevelingen, enzovoort. Vervolgens moet worden nagegaan, welke tussen- en deelproducten bij alle onderdelen nodig zijn, om deze inhoud te geven. Deze PBS bestaat uit concrete producten, waarbij vervolgens in een work breakdown structure moet worden beschreven, welk werk er gedaan moet worden, om het product tot stand te laten komen. In een work breakdown strcuture (WBS) wordt bij ieder deel- en tussenproduct beschreven, wat voor werk er gedaan moet worden.

Vervolgens moeten alle stappen in een planning gezet worden, die ook duidelijk moet zijn. Een strokenplanning is bijvoorbeeld een goed middel. Hierbij worden op de horizontale as de tijd gezet en op de verticale as de taken. Zo’n strokenplanning kan gemaakt worden in Word, Excel of MS Projects en zorgt, dat de planning en de voortgang in één oogopslag te zien zijn.

Wat zijn fouten die vaak gemaakt worden bij een briefing en debriefing?

Veel gemaakte fouten bij onderzoek:

  • Er wordt een onduidelijke onderzoeksvraag geformuleerd door de opdrachtgever.De onderzoeker kan dit voorkomen, door in de briefingsfase goed door te vragen, wat de opdrachtgever precies wil en met concretere voorstellen te komen.

  • Er wordt door de opdrachtgever geredeneerd vanuit discutabele aannames en veronderstelling. De onderzoeker dient de opdrachtgever hier op te wijzen en voorstellen te doen over onderzoek dat eerst gedaan moet worden.

  • Er wordt onvoldoende teruggekoppeld door de onderzoeker. De onderzoeker moet als oplossing regelmatig het onderzoeksplan bekijken en regelmatig tussentijds rapporteren aan de opdrachtgever.

  • De opdracht voor de onderzoeker is eigenlijk onuitvoerbaar. Door een concrete invulling van de onderzoeksopzet, middelen en planning wordt de onuitvoerbaarheid zichtbaar gemaakt en dit kan aan de opdrachtgever of begeleider worden getoond.

  • De planning is niet concreet of duidelijk genoeg. Dit kan worden opgelost door terug te gaan naar de mindmap, het plan van aanpak of de product en work breakdown, waarbij deadlines opnieuw vastgesteld moeten worden, er concrete handelingen en resultaten moeten worden beschreven en er een eindverantwoordelijke moet worden aangewezen.

  • De onderzoeker werkt niet volgens planning. Om dit te voorkomen, moet de planning er regelmatig bij worden gepakt.

    Communicatie en kennisoverdracht: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen

    Communicatie en kennisoverdracht: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen

    Samenvatting van Communication skills for medicine van Lloyd & Bor

    Samenvatting van Communication skills for medicine van Lloyd & Bor

    Samenvattingen en studiehulp bij Communication skills for medicine van Lloyd & Bor

    • Boeksamenvatting bij Communication skills for medicine van Lloyd & Bor is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • Communicatieskills - Welke communicatievaardigheden zijn belangrijk in de medische sector? - Chapter 1
    • Communicatieskills - Hoe valt basiscommunicatie toe te passen in de medische sector? - Chapter 2
    • Communicatieskills - Hoe vorm aan gespreksvoering in de medische sector? - Chapter 3
    • Communicatieskills - Hoe rekening te houden met culturele verschillen in de medische sector ? - Chapter 7
    • Communicatieskills - Wat zijn mogelijke uitdagingen in communicatie binnen de medische sector? - Chapter 11

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie en marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen de communicatie- en marketingsector in het buitenland

    Samenvatting van Corporate Communication: A guide to theory and practice van Cornelissen

    Samenvatting van Corporate Communication: A guide to theory and practice van Cornelissen

    Samenvattingen en studiehulp bij Corporate Communication: A guide to theory and practice van Cornelissen

    • Boeksamenvatting bij Corporate Communication: A guide to theory and practice van Cornelissen is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • Wat is bedrijfscommunicatie? - chapter 1
    • Hedendaagse bedrijfscommunicatie - chapter 2
    • Stakeholders - chapter 3
    • De organisatie in de markt - chapter 4
    • Een goede strategie - chapter 5
    • Programma's en campagnes - chapter 6
    • Meten is weten - chapter 7
    • Werken met de media - chapter 8
    • Banden met werknemers - chapter 9
    • Omgaan met actuele kwesties - chapter 10
    • Communiceren in een crisis - chapter 11
    • Verandering binnen een organisatie - chapter 12
    • Verantwoordelijkheden en relaties - chapter 13
    • De invloed van social media - chapter 14

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie en marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen de communicatie- en marketingsector in het buitenland

    Samenvatting van Discoursanalyse: Communicatie op de werkvloer van Bos

    Samenvatting van Discoursanalyse: Communicatie op de werkvloer van Bos

    Samenvattingen en studiehulp bij Discoursanalyse: Communicatie op de werkvloer van Bos

    • Boeksamenvatting bij Discoursanalyse: Communicatie op de werkvloer van Bos is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • Wat is bedrijfscommunicatie? - chapter 1
    • Hedendaagse bedrijfscommunicatie - chapter 2
    • Stakeholders - chapter 3
    • De organisatie in de markt - chapter 4
    • Een goede strategie - chapter 5
    • Programma's en campagnes - chapter 6
    • Meten is weten - chapter 7
    • Werken met de media - chapter 8
    • Banden met werknemers - chapter 9
    • Omgaan met actuele kwesties - chapter 10
    • Communiceren in een crisis - chapter 11
    • Verandering binnen een organisatie - chapter 12
    • Verantwoordelijkheden en relaties - chapter 13
    • De invloed van social media - chapter 14

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie en marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen de communicatie- en marketingsector in het buitenland

    Samenvatting van Essentie van de communicatie van Michiels

    Samenvatting van Essentie van de communicatie van Michiels

    Samenvattingen en studiehulp bij Essentie van de communicatie van Michiels

    • Boeksamenvatting bij Essentie van de communicatie van Michiels is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • A. Basis van communicatie
    • B. Beeldvorming van een bedrijf
    • C. Communicatie tussen medewerkers.
    • D. Communicatie bij verkoop
    • E. Planmatige aanpak van communicatie
    • F. Managen van klantenrelaties
    • G. Mediaberichten
    • H. Samenwerking met de pers
    • I. Visuele media
    • J. Samenwerken met externe communicatiebureaus
    • K. Het organiseren van evenementen

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie & Marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen als Communicatiemedewerker & Marketingmedewerker

    Samenvatting van Interculturele Communicatie van Nunez & Popma

    Samenvatting van Interculturele Communicatie van Nunez & Popma

    Samenvattingen en studiehulp bij Interculturele Communicatie van Nunez & Popma

    • Boeksamenvatting bij Interculturele Communicatie van Nunez & Popma is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • Wat is cultuur en interculturele communicatie? - Chapter 1
    • Welke zes basiswaarden van cultuur hebben Edward en Mildred Hall opgesteld? - Chapter 2
    • Welke zes basiswaarden voor iedere maatschappij heeft Florence Kluckhohn geïntroduceerd? - Chapter 3
    • Wat zijn de culturele dimensies die Geert Hofstede heeft gedefinieerd? - Chapter 4
    • Hoe bereik je culturele synergie? - Chapter 5
    • Hoe word je intercultureel sensitief? - Chapter 6
    • Wat is een cultuurschok en welke fasen zijn daarin te herkennen? - Chapter 7

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Internationale betrekkingen en internationale organisatie als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen het management of organisatie-advies

    Samenvatting van Organisational Communication, approaches and processes van Miller

    Samenvatting van Organisational Communication, approaches and processes van Miller

    Samenvattingen en studiehulp bij Organisational Communication, approaches and processes van Miller

    • Boeksamenvatting bij Organisational Communication, approaches and processes van Miller is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • De ingewikkelde wereld - Chapter 1
    • Klassieke benaderingen - Chapter 2
    • Human Resources en Human Relations - Chapter 3
    • Systeem benaderingen - Chapter 4
    • Culturele benaderingen - Chapter 5
    • Kritische benaderingen - Chapter 6
    • Socialisatieprocessen - Chapter 7
    • Besluitvormingsprocessen - Chapter 8
    • Conflict management processen - Chapter 9
    • Leiderschap en organisatorische verandering - Chapter 10
    • Processen van emotie op de werkplek - Chapter 11
    • Diversiteit in de organisatie - Chapter 12
    • Technologische processen - Chapter 13
    • Organisaties en de verandering van landschap - Chapter 14

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie en marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen de communicatie- en marketingsector in het buitenland

    Samenvatting van Origins of Human Communication van Tomasello

    Samenvatting van Origins of Human Communication van Tomasello

    Samenvattingen en studiehulp bij Origins of Human Communication van Tomasello

    • Boeksamenvatting bij Origins of Human Communication van Tomasello is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • 1: Focus op infrastructuur
    • 2: Intentionele communicatie van primaten
    • 3: Menselijke coöperatieve communicatie
    • 4: Ontogenetische oorsprong
    • 5: Fylogenetische oorsprong
    • 6: De grammaticale dimensie
    • 7: Van aapgebaren naar menselijke communicatie

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie & Marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen als Communicatiemedewerker & Marketingmedewerker

    Samenvatting van Patiëntgericht communiceren in de GGZ van Van Staveren

    Samenvatting van Patiëntgericht communiceren in de GGZ van Van Staveren

    Samenvattingen en studiehulp bij Patiëntgericht communiceren in de GGZ van Van Staveren

    • Boeksamenvatting bij Patiëntgericht communiceren in de GGZ van Van Staveren is gedeeld op JoHo WorldSupporter

    Inhoudsopgave

    • Wat is patiëntgericht communiceren? - Chapter 1
    • Hoe communiceert hulpverlener patiëntgericht? - Chapter 2
    • Hoe maakt de hulpverlener verbinding met de patiënt? - Chapter 3
    • Wat is de meerwaarde van luisteren, vragen stellen en stilte bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 4
    • Waarom is de investering in een goede samenwerkingsrelatie tussen cliënt en hulpverlener belangrijk? - Chapter 5
    • Wat is de meerwaarde van informeren en adviseren bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 6
    • Hoe komen de hulpverlener en patiënt samen tot een behandelplan? - Chapter 7
    • Wat is de bedoeling van een systeemgesprek bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 8
    • Waarom is tijdens een gesprek de slotfase zo belangrijk bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 9
    • Hoe gaat de hulpverlener om met weerstand van de patiënt? - Chapter 10
    • Hoe gaat de hulpverlener om met emoties van de patiënt? - Chapter 11
    • Wat is de rol van de hulpverlener in de interactie met de patiënt? - Chapter 12
    • Hoe kan de hulpverlener de patiënt motiveren tot gedragsverandering? - Chapter 13
    • Hoe kan de hulpverlener de patiënt motiveren tot tot medicatiegebruik? - Chapter 14
    • Wanneer is het toepassen van drang tot dwang noodzakelijk bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 15
    • Wat is belangrijk bij het voeren van een transcultureel gesprek bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 16
    • Wat is de rol van de hulpverlener in de interactie met een patiënt met verstandelijke beperking? - Chapter 17
    • Hoe gaat de hulpverlener om met simulaties van de patiënt? - Chapter 18
    • Hoe gaat de hulpverlener om met dissimulaties van de patiënt? - Chapter 19
    • Wat is het belang van het geven en ontvangen van kritiek en feedback bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 20
    • Wat voor invloed heeft de digitalisering (Health 2.0) op communicatie tussen hulpverlener en patiënt? - Chapter 21

    Naar de samenvatting

    Meer lezen

    Communicatie en marketing als studie en kennisgebied

    Werken en jezelf ontwikkelen binnen de communicatie- en marketingsector in het buitenland

    Studie en kennis: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen - bundels

    Studie en kennis: uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen - bundels

    Kennisoverdracht en tekstgebruik: startpagina's

    Kennisoverdracht en tekstgebruik: startpagina's

    Communicatie en marketing studeren en stage in het buitenland

    Communicatie en marketing studeren en stage in het buitenland

    Communicatie en marketing in binnen- en buitenland: van studie, stage tot onderzoek doen Inhoud: o.a Wat is communicatie binnen een organisatie? Wat is het vakgebied communicatie? Wat is marketing? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je samenvattingen en studiehulp voor communicatie en communicatiewetenschappen? Waar vind je samenvattingen en studiehulp voor bedrijfskunde en marketingopleidingen? Wat zijn de betrokken studierichtingen en thema's binnen...... lees verder op de pagina
    Gesprekken houden, overleggen en discussie voeren

    Gesprekken houden, overleggen en discussie voeren

    Discussie, gesprek en overleg in binnen- en buitenland Argumenteren, Discussiëren, Gesprekken voeren, Overleggen, Overtuigen, Vergaderen Inhoud o.a. Wat is argumenteren? Wat is overtuigend zijn? Wat wordt verstaan onder overtuigingskracht Hoe wordt argumentatie ingezet bij het overtuigen? Wat moet je wel of niet doen tijdens een sollicitatiegesprek? Competenties en vaardigheden Hoe wordt argumentatie ingezet bij het overtuigen? Wat kan je doen...... lees verder op de pagina
    Goede argumenten gebruiken en logisch redeneren bij studie, stage of werk

    Goede argumenten gebruiken en logisch redeneren bij studie, stage of werk

    Argumentatie gebruiken en logica aantonen Leren argumenteren, clichés vermijden, logische gevolgen trekken, overtuigend redeneren en consistent reageren Inhoud Wat is een argument ? Wat is de basis van goed argumenteren? ⇧ Inhoud Wat is een argument? Wat is argumenteren? Wat voor soorten argumenten zijn er? Hoe wordt argumentatie ingezet bij het overtuigen? Wat is het nut van argumentatie? Hoe wordt...... lees verder op de pagina
    Interculturele en internationale communicatie studeren en stagelopen in het buitenland

    Interculturele en internationale communicatie studeren en stagelopen in het buitenland

    Internationale en interculturele communicatie in binnen- en buitenland: van studie, stage tot onderzoek doen Inhoud: o.a. Wat is interculturele communicatie? Wat is communicatie binnen een organisatie, en wat is het vakgebied communicatie? Wat is overtuigend zijn, onderhandelen en conflicten hanteren als competentie? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor Interculturele communicatie en antropologie? Waar vind je...... lees verder op de pagina
    Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

    Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

    Feiten uitwisselen, kennis overdragen, boodschappen overbrengen, begrip kweken en betrokkenheid versterken Argumentatie - Communicatie - Overtuigingskracht - Redenatie - Tekstgebruik - Schrijfvaardigheden inhoud: o.a. Wat is communiceren? Wat is mondelinge, schriftelijke en non-verbale communicatie? Wat is argumenteren en wat is het nut van argumentatie? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor tekstgebruik? Waar vind je de...... lees verder op de pagina
    Papers, scripties en verslagen maken voor studie, stage en werk

    Papers, scripties en verslagen maken voor studie, stage en werk

    Scripties en verslagen maken voor studie en opleiding Afstudeerverslag - Eindscriptie - Opzet - Hoofdvraag en Hypothese - Opdracht - Paper - Stageverslag - Scriptievoorbereiding Inhoud: o.a Wat is een masterscriptie of bachelorwerkstuk? Hoe begin je aan je scriptie of afstudeeronderzoek, en hoe kies je een onderwerp of vraagstelling? Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een...... lees verder op de pagina
    Sollicitatiebrief schrijven, sollicitatieformulieren invullen en sollicitatiemails opstellen

    Sollicitatiebrief schrijven, sollicitatieformulieren invullen en sollicitatiemails opstellen

    Sollicitatiebrief schrijven, sollicitatiemail opstellen en sollicitatieformulieren invullen Voor sollicitatie in Nederland of het buitenland Inhoud o.a. Wat zijn de tips en trucs voor succesvolle sollicitatiebrief of sollicitatiemail? Is er een succesformule voor een sollicitatiebrief voor een stage of baan? Hoe schrijf je een open sollicitatiebrief of sollicitatiemail? Hoe kun je je eigen sollicitatiebrief checken of laten checken? Wat zijn de...... lees verder op de pagina
    Taal gebruiken en teksten schrijven voor studie, stage of werk

    Taal gebruiken en teksten schrijven voor studie, stage of werk

    Taal en tekstgebruik bij studie en werk in binnen- en buitenland Beschrijven - Beoordelen - Begrijpen - Beheersen Inhoud: o.a. Wat is communiceren? Wat is argumenteren en wat is het nut van argumentatie? Wat is een scriptie, paper of essay schrijven? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor tekstgebruik? Waar vind je de samenvattingen en studiehulp...... lees verder op de pagina
    Taalcursus in het buitenland doen en talen leren van Chinees tot Spaans
    Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

    Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

    Werken in het buitenland op het gebied van communicatie, marketing en voorlichting Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als marketeer, marketing medewerker, pr medewerker, public affairs officer, productmanager of voorlichter Inhoud o.a. Wat is communicatie binnen een organisatie, en wat is het vakgebied communicatie? Wat is communiceren en wat is marketing? Wat zijn de meest voorkomende functies en rollen in...... lees verder op de pagina

    Bij welke organisatie kan je het beste een afstudeerstage in het buitenland regelen?

    Bij welke organisatie kan je het beste een afstudeerstage in het buitenland regelen?

    Afstudeerstage in het buitenland

     

    Wat zijn bemiddelingsorganisaties voor een afstudeerstage in het buitenland met ervaring in begeleiding?

    Log in voor meer organisaties en tips 

    In welke landen en met welke werkzaamheden kan je via JoHo in het buitenland werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen in de non-profit sector of bij internationale organisaties?

    In welke landen en met welke werkzaamheden kan je via JoHo in het buitenland werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen in de non-profit sector of bij internationale organisaties?

    Hier vind je een selectie uit de JoHo Vacatureservice voor werk in de non-profit sector of bij internationale organisaties in het buitenland. Klik op het land en ga naar het vacaturegedeelte op de landenpagina om de vacature en de bijbehorende organisatie te bekijken.

     

    China

    • Help mee met verschillende werkzaamheden bij een non-profit organisatie die het sociale en economische welzijn van de plaatselijke nomaden verbetert. (v)
    • Zet je in bij een ngo voor microkredieten. Deze microkredieten betekenen veel voor de lokale bevolking, omdat zij hiermee zelfstandig kleine bedrijfjes kunnen opzetten. (v)

    Ecuador

    • Werk mee met een uitwisselingsproject bij een non-profit organisatie en help met het organiseren van activiteiten. (v)
    • Help mee bij naschoolse activiteiten voor kinderen uit arme Ecuadoriaanse gezinnen. (v)

    Filipijnen

    • A local NGO which provides disadvantaged children and youth with a caring home, knowledge and skills is looking for TEFL teachers, math teachers, social workers, psychologists, and fundraisers. (v)
    • Steun mensen die slachtoffer zijn geworden van natuurrampen of menselijke conflicten bij een ngo die zich bezighoudt met mensenrechten. (v)
    • Assist with marketing and fundraising activities for an NGO which offers transportation for people in a wheelchair. (v)

    Ghana

    • Maak informatieve promotiefilms over de activiteiten van een non-profit organisatie. (v)
    • Fotografeer en film de activiteiten en ontwikkelingsprojecten van een Britse organisatie. (v)

    India

    • Werk mee met een uitwisselingsproject georganiseerd door een non-profit en ondersteun bij het organiseren van activiteiten. (v)

    Malawi

    • Creëer informatie- en promotiemateriaal voor een non-profit organisatie door het maken van films. (v)

    Mexico

    • Word mensenrechtenwaarnemer bij een ontwikkelingsorganisatie. (b)

    Singapore

    • Bied ondersteuning bij een nonprofit organisatie die zich inzet tegen dierenleed en help bijvoorbeeld in een opvangcentrum of geef ondersteuning bij de dagelijkse werkzaamheden. (b/v)
    • Be the voice for the animals. Become an animal ambassador, fundraiser or help the merchandise department of a Singaporean non-profit. (v)

    Zuid-Afrika

    • Word marketing manager bij een non-profit organisatie die zich inzet voor het welzijn van dieren en voorlichting geeft over natuurbehoud. (b)
    • Ondersteun een lokale ngo bij de preventie van HIV/AIDS en tuberculose door aan de slag te gaan in de administratie of financiën. (s)
    • Draag als student rechten bij aan sociale verandering door mee te helpen met het beschermen en promoten van mensenrechten. Er zijn mogelijkheden bij diverse ngo's. (s)

    Legenda

    b = betaald werk

    v = vrijwilligerswerk

    s = stage

     

    Meer landen & regio's

    Welke tools en oefeningen kunnen je helpen bij het verbeteren van de competentie 'analyseren'?
    Wat kan je doen om je planning te verbeteren of tijdgebrek te voorkomen: vragen en antwoorden

    Wat kan je doen om je planning te verbeteren of tijdgebrek te voorkomen: vragen en antwoorden

    Hoe werkt je planning in de praktijk?

    Hoe werkt je planning in de praktijk?

    Hoe werkt plannen in de praktijk?

    • Een planning maken is één ding, of en hoe je deze in de praktijk naleeft is een tweede. Zoals al eerder aangegeven zul je flexibel met je planning om moeten kunnen gaan. Er kan altijd iets tussenkomen wat je planning in de war schopt. Je moet dan zelf beoordelen of dit belangrijk genoeg is om van je plan af te wijken en als je dit doet zul je genoeg ruimte moeten hebben om dit op een later punt op te vangen.
    • Je kan beter voorkomen dat je onder het mom van flexibiliteit je hele planning maar opzij schuift. Zeker in de eerste weken kan het daarom zinvol zijn om bij te houden wat je in de praktijk doet.
    • Door aan het einde van iedere dag naast je planning te zetten wat je daadwerkelijk gedaan hebt, kun je goed beoordelen of je maatregelen moet nemen om overgeslagen studie-uren in te halen. Denk naar aanleiding van de uitkomst na over de manier waarop jij je tijd besteed hebt. Heb je planning goed gevolgd? Zo nee, waarom niet? Kun je eventueel gemiste uren nog inhalen en lijkt het je realistisch dat je dan wel netjes je planning volgt?

    Wat voor maatregelen kun je nemen?

    • De analyse van je planning geeft je inzicht. Je kunt hierdoor ook tot de conclusie komen dat je je uren niet gehaald hebt, omdat je de lat te hoog hebt gelegd; misschien is zes uur per dag in een studieboek turen simpelweg teveel gevraagd.
    • Pas in dat geval je planning aan en schrap eventueel één van je hoofddoelen zodat je met een realistischere planning weer aan de slag kunt gaan.
    • Blijf kritisch op jezelf, en als je merkt dat je je planning elke keer niet haalt, blijf dan bijhouden wat je wel hebt gedaan. Kom er zo achter wat er gebeurd, laat je je snel afleiden? Hoe komt dat? Ben je iemand die beter werkt door eerst de vervelende taken af te ronden of juist andersom? Leer jezelf kennen en wees eerlijk naar jezelf toe. 
    Hoe stel je prioriteiten en haal je je doelen?

    Hoe stel je prioriteiten en haal je je doelen?


    • Als je veel te doen hebt, is het moeilijk zicht te krijgen op wat je eerst moet doen, wat even kan wachten en wat eigenlijk helemaal niet belangrijk is. Je bent snel geneigd alles te willen doen wat je tegenkomt, onafhankelijk van of het wel urgent of belangrijk is.
    • Het is daarom van belang jezelf te dwingen van ieder actiepunt de afweging te maken of dit belangrijk genoeg is om gedaan te worden en of dit wel of niet urgent is (moet het nú gebeuren of kun je het verderop in je planning zetten).
    • Het is belangrijk om dit mee te nemen bij het maken van een planning voor de lange termijn en ook bij het op je nemen van nieuwe taken.
    • Zo kun je voorkomen dat je zinloos werk verzet en zorg je ervoor dat je de tijd die je werkt effectief besteedt.

    Hoe stel je je prioriteiten vast?

    Het planningsschema afgeleid van Steven Covey (zie hieronder) is een handig middel om je actiepunten in te delen in een de categorieën wel/niet urgent en wel/niet belangrijk.

     

    URGENT

     

    NIET URGENT

    BELANGRIJK 

    • Dringende problemen

    • Tentamen volgende dag

     
    • Planning

    • Tentamen over 2 maanden

       

    HART

     

    NIET BELANGRIJK

    • Sommige telefoontjes

    • Onderbrekingen

     
    • TV kijken

    • Niet-verplichte stof lezen

    Een actiepunt is een zo klein mogelijke handeling. ‘Literatuur Psychodiagnostiek lezen’ is geen actiepunt, maar ‘Pagina 148-175 uit Psychologische Diagnostiek in de Gezondheidszorg lezen’ is wel een concreet actiepunt. Je moet proberen alle dingen die je moet doen in zo klein mogelijke stukjes op te delen en die op een to-do-list te plaatsen. Deze actiepuntjes deel je vervolgens in naar urgentie en belang. Het schema van Covey biedt hiervoor verschillende kwadranten. Deze worden hieronder kort omschreven.

    I. Quadrant of Necessity

    Alle actiepunten die én belangrijk én urgent zijn komen in de box linksboven. Deze punten kan je het beste meteen (of zo snel mogelijk) doen. Het gaat hier om dingen als het afmaken van een verplichte opdracht waarvoor deze week een deadline is, of het voorbereiden van een presentatie van morgen.

    II. Quadrant of Quality & Personal Leadership

    De actiepunten die wel belangrijk zijn, maar niet urgent, komen in de box rechtsboven. Deze punten moeten wel gebeuren, maar kunnen ook enkele dagen wachten. Denk hierbij aan het lezen van literatuur voor een tentamen van over 6 weken. Je kan deze actiepunten het beste inplannen. Bijvoorbeeld: ik ga maandagmiddag van 14.00 tot 15.00 uur die pagina’s uit dat boek doorlezen. Het is wel belangrijk dat je dat dan ook echt doet. Punten in deze box die niet op de geplande tijd gedaan worden, worden waarschijnlijk daarna vanzelf urgent, en verschuiven dan naar de box ‘necessity’.

    III. Quadrant of Deception

    Alle actiepunten die wel urgent zijn, maar niet zo belangrijk komen in de box linksonder. Deze punten kan je het beste vermijden. Als deze punten wel gedaan moeten worden maar niet belangrijk genoeg zijn om jouw tijd in te steken kun je ze uitbesteden. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan het doen van de beschimmelde afwas van je huisgenoot, die al wekenlang in de weg staat in de keuken.

    IV. Quadrant of Waste

    De actiepunten die niet belangrijk en niet urgent zijn, zet je in de box rechtsonder. Dit is de prullenbak. Probeer zo min mogelijk van deze punten te doen! Dingen die in deze box zouden kunnen vallen zijn bijvoorbeeld het op kleur sorteren van de pennen op je kamer, het kijken naar tv-shows die je niet wilt zien of het lezen van literatuur die niet verplicht is.

    Het hart

    Natuurlijk hoef je je niet altijd te beperken tot dingen die belangrijk en/of urgent zijn. Er zijn ook een hoop dingen die je gewoon leuk vindt om te doen, waar je energie uithaalt. Die dingen moet je ook vooral doen! Vandaar dat het hartje in het schema staat. Let er wel op welke dingen je daar in stopt, maar blijf vooral dingen doen die je leuk vindt.

    Hoe stel je je doelen vast?

    Stap 1: Doelen stellen

    • Bij het maken van een planning is het belangrijk om groot te beginnen.
    • Het beste vraag je jezelf aan het begin van het semester of zelfs aan het begin van het jaar welke doelen je dat semester/jaar wilt behalen. Dit kunnen studiegerelateerde doelen zijn maar ook persoonlijke of zakelijke doelen zoals Spaans leren of een congres voor je studievereniging organiseren.
    • Het gaat hier om grotere lange termijndoelen, maar dit betekent niet dat je niet specifiek hoeft te zijn; dat je dit jaar 60 studiepunten wilt halen is niet specifiek genoeg, dat je alle verplichte vakken uit het eerste jaar wilt behalen is dat wel. Dan kun je namelijk herleiden welke taken onder dit doel vallen.

    Stap 2: Subdoelen afleiden

    • Na het stellen van deze algemene doelen is het belangrijk deze stap voor stap af te bouwen naar een concrete tijdsplanning. Hier begin je mee door subdoelen te formuleren. Als je alle verplichte vakken wilt halen is dit makkelijk te doen door al deze vakken op een rij te zetten. Voor Spaans leren zou dit met een cursus Spaans te voltooien kunnen zijn.

    Voorbeeld (voor het eerste doel):

    1. Tentamen Inleiding in de Psychologie halen
    2. Tentamen Biologische Psychologie halen
    3. Tentamen Psychodiagnostiek halen
    4. Tentamen Groepsdynamica halen
    5. …  

    Stap 3: Subdoelen koppelen aan een tijdsindeling

    • Deze subdoelen zijn vaak gemakkelijk in een tijdschema te zetten, omdat je bijvoorbeeld voor ieder vak de tentamendatum kunt opzoeken, je weet dan hoe lang je hebt om dat subdoel te voltooien.

    Voorbeeld:

    1. Tentamen Inleiding in de Psychologie 21 december
    2. Tentamen Biologische Psychologie 21 December
    3. Tentamen Psychodiagnostiek 8 Januari
    4. Tentamen Groepsdynamica 29 Mei
    5. …  

    Stap 4: Concrete taken aan de subdoelen koppelen

    • Hier ga je nog een stap verder door te bepalen hoeveel werk ieder subdoel met zich meebrengt.
    • Hiervoor kun je taken opstellen die nodig zijn voor het behalen van het subdoel, zoals het lezen van de literatuur en het volgen van colleges.

    Voorbeeld (voor subdoel ‘Inleiding Psychologie’):

    1. Lezen Psychology (Gray), hoofdstukken 1-9 en 11
    2. Lezen Artikel The Psychology of Folk Psychology (Goldman)
    3. Lezen Artikel Positive Psychology: An Introduction (Seligman)
    4. Colleges volgen
    5. Samenvattingen van JoHo leren

    Stap 5: Taken koppelen aan een tijdsbesteding

    • Voor de geformuleerde taken is het belangrijk om een inschatting te maken van hoeveel uren je daar aan kwijt zult zijn. Als je nog nooit een vergelijkbare taak hebt uitgevoerd wees dan vooral ruim in het maken van je planning. Voor vakken kun je het wettelijke voorschrift aanhouden dat ieder studiepunt staat voor 28 uur. Gedurende je studie zul je zelf ervaren of jij hier onder of boven zit.

    Voorbeeld:

    1. Psychology (Gray), hoofdstukken 1-9 en 11 100 uur
    2. The Psychology of Folk Psychology (Goldman) 8 uur
    3. Positive Psychology: An Introduction (Seligman) 6 uur
    4. Colleges 80 uur
    5. Samenvattingen 20 uur

    Stap 6: Taken in een lange termijn tijdsplanning zetten

    • Als je weet hoeveel uur je per taak nodig hebt weet je ook hoeveel tijd je nodig zult hebben om al je doelen van de komende periode te behalen. Je kunt dan beginnen met het maken van een tijdsplanning. Probeer hierbij per week aan te geven welke verplichte studieactiviteiten je hebt, welke overige activiteiten er zijn en hoeveel tijd je zelfstandig zult moeten werken om aan het einde van het semester al je taken voltooid te hebben (zie de tabel hieronder). In de rechterkolom van het schema zet je de optelsom van alle uren dat je die week bezig zult zijn met je studie, werk en hobby’s. Je kunt ervoor kiezen om alleen de doordeweekse uren weer te geven of om het weekend erbij te nemen. Je kunt eventueel ook vrijetijdsbesteding buiten de berekening laten. Het belangrijkste is dat hier een getal komt te staan dat jou het beste overzicht geeft van hoe hard je die week moet werken en of dit voor jou haalbaar is.
    • Als je tot de conclusie komt dat dit niet haalbaar is zul je terug moeten naar stap 1 en daar één of meerdere doelen schrappen zodat je wel uitkomt met je tijd. Je kunt ook besluiten om te snijden in je vrije tijd of om minder tijd aan een bepaald doel te besteden. Wees hier echter voorzichtig mee.
    • Ontspanning heb je nodig om energie te krijgen voor de uren dat je aan het werk bent en bij de vorige stappen heb je met goede redenen bepaald dat dit (sub)doel zoveel uur waard is. Als je nu gaat snijden loop je het risico dat je met half werk niet al je doelen zult halen. Je bent dan uiteindelijk voor niets aan het werk geweest. Inzetten op een minder ambitieuze maar wel haalbare doelstelling kan er voor zorgen dat je uiteindelijk meer bereikt dan wanneer je jezelf overschat.

    Stap 7: Actiepunten formuleren

    • Het schema dat je nu gemaakt hebt is nog niet bruikbaar om direct mee aan de slag te gaan. Je weet nu wel dat je in week 29 tien uur aan zelfstudie voor het vak Inleiding Psychologie moet besteden.
    • Maar wat je in deze tien uur moet doen en wanneer je deze gaat besteden is nog niet duidelijk. Om dit duidelijk te maken moet je voor de laatste keer de taak waaraan je wilt werken een stapje kleiner maken. Het is nu de bedoeling om concrete actiepunten te formuleren waar je direct mee aan de slag kunt en die in één keer te behappen zijn. Het lezen van het boek wordt dan dus het lezen van een aantal pagina’s.

    Voorbeeld (voor taak ‘lezen Psychology (Gray)’):

    1. Pagina 1 – 35 lezen 3 uur
    2. Pagina 36 – 68 lezen 3 uur
    3. Pagina 69 – 103 lezen 3 uur

    Stap 8: Actiepunten per uur inplannen

    • De urenplanning is een zo compleet mogelijk overzicht van alles wat je in die week moet doen. Het is eigenlijk je agenda, maar er staan niet alleen afspraken met anderen in, maar vooral ook de afspraken die je met jezelf hebt gemaakt. Denk hierbij ook aan het inplannen van rustmomenten. Het is natuurlijk belangrijk dat alle uren uit je lange termijn tijdsplanning in je urenplanning terugkomen, maar ga niet van 9.00 tot 20.00 uur non-stop zelfstudie inplannen. In de praktijk zul je merken dat je niet zo lang geconcentreerd kunt blijven en dat je op een gegeven moment bovendien enorme trek krijgt. Plan gerust een half uur of een uur voor je lunch in waarin je ook gedachten van het studeren af kunt halen.
    • Als je het niet prettig vindt om de hele dag alleen maar in de boeken te zitten kun je hier ook op in spelen door het studeren in je planning af te laten wisselen door bijvoorbeeld het behandelen van je e-mail of andere meer gevarieerde taken. Je hebt online diverse handige middelen voor het maken van deze planning. Hier kun je al je taken in inplannen en tegelijk instellen dat je voor iedere taak een gratis herinneringsbericht krijgt.

    Voorbeeld: maandag 3 september  

    • 09.00 Opstaan en ontbijten
    • 10.00 Lezen Psychology pagina 1-35
    • 11.00 Lezen Psychology pagina 1-35
    • 12.00 E-mails beantwoorden
    • 13.00 Lunch
    • 14.00 Lezen Psychology pagina 1-35
    • 15.00 Lezen Biological Psychology 1-42
    • 16.00 Lezen Biological Psychology 1-42
    • 17.00 Lezen Biological Psychology 1-42
    • 18.00 Eten
    • 20.00 Spaanse les
    • 22.00 Actiepuntjes Club Y

    Waarom een to-do list?

    • Voor studenten die naast hun studie actief zijn in medezeggenschap, studentenverenigingen of andere organisaties zal een strakke weekplanning waarschijnlijk niet voldoende zijn om het overzicht te houden. Het is voor de uren die aan de extra-curriculaire activiteiten moet worden besteed namelijk niet aan het begin van de week al duidelijk op welk moment welk actiepunt moet worden uitgevoerd.
    • Je kunt natuurlijk wel een inschatting maken van hoeveel uur je die week kwijt zult zijn en aan de hand daarvan tijd inplannen. Om te bepalen wat je dan in die uren moet doen is het handig een overzichtelijk to-do-list bij te houden. Veel mensen doen dit door simpelweg onder elkaar te zetten wat er nog moet gebeuren, maar als deze lijst erg lang wordt kun je hierin het overzicht kwijtraken.
    • Hoe bepaal je dan welke punten belangrijk zijn en wanneer deze moeten gebeuren? Hiervoor komt het schema van Covey weer om de hoek kijken. Het schema zelf is wat onhandig door de week heen te gebruiken voor het bijhouden van actiepunten, maar met een to-do-list die wel op deze indeling is gebaseerd kun je makkelijk zien welke punten je als eerste moet doen. Maak daarom vier vakken op de lijst waar je je actiepunten opschrijft en deel je punten in naar belang en urgentie. Zet er ook bij wat de deadline van ieder punt is.
    Wat is time management, en hoe werkt het?

    Wat is time management, en hoe werkt het?

    Wat is time management?

    • Time management houdt in dat je de managementprincipes op je eigen tijd toepast.
    • Beslis welk doel je wil bereiken en hoeveel tijd je daarvoor hebt. Plannen is hierbij dus erg belangrijk, net als zelfkennis.
    • Om je tijd goed in te delen wil je weten wat jouw waarden zijn; wat is jouw missie en wat wil je bereiken? Het klinkt misschien zwaar, maar wanneer je wilt weten of je je tijd goed besteedt, moet je weten wat je levensdoelen zijn.
    • Bepaal wat jouw langetermijndoelen zijn, vanaf hier kun je de doelen die je op middellange termijn wil behalen vaststellen. Het behalen van deze doelen zorgt er namelijk voor dat je de mogelijkheid hebt om je levensdoelen te behalen. De korte doelen stel je als laatste vast, het behalen van deze doelen moet bijdragen aan de doelen die je voor de langere termijn hebt vastgesteld.
    • Wanneer dat niet het geval blijkt te zijn, benut je de tijd die je hebt dus niet efficiënt en kun je dus andere doelen voor op de korte termijn stellen.
    • De laatste stap in het proces van plannen is dat je bepaalt welke doelen een hogere prioriteit hebben dan de anderen.
    • Wanneer je evenwicht hebt gevonden in je activiteiten, ben je beter bestand tegen stress dan wanneer je dit evenwicht niet hebt kunnen aanbrengen.
    Wat zijn de 13 wetten van effectief time management?

    Wat zijn de 13 wetten van effectief time management?

    Effectief time management is zo makkelijk nog niet - het is enorm veelzijdig. Check aan de hand van de 13 wetten van effectief time management hoe effectief jij je tijd beheert.

    Wet 1: Maak een to-do-lijst

    • Zet alles wat je nog moet doen op deze lijst, maak hierbij bijvoorbeeld gebruik van het Covey-schema. Dit zorgt ervoor dat je het overzicht houdt en alles op tijd af kunt maken.
    • Als je de helft van je lijst gedaan hebt, maak je een nieuwe lijst, dit om chaos te voorkomen.
    • Je kunt hierbij eventueel een (persoonlijke) deadline per actiepunt aangeven of de dag van tevoren en klein lijstje maken met de dingen die je de volgende dag in ieder geval afgerond wilt hebben.
    • Zorg ervoor dat je tijd in je agenda overhoudt om losse punten van je to-do-lijst af te werken. Plan dit in en hou hier dus rekening mee bij het maken van langetermijnplanning.
    • Op een volle dag moet je niet verwachten aan je to-do-lijst toe te komen.

    Wet 2: Plan tijd in voor brandjes

    • Houd er rekening mee dat je niet geheel vrij bent om je tijd zelf in te delen. Er kunnen altijd tijddelers zijn die invloed hebben op je dagindeling of er kan een brandje uitbreken. Zorg er dus voor dat je tijd overhoudt om deze brandjes te kunnen blussen en later alsnog op tijd je taak af kunt maken.
    • Maar let op: niet ieder brandje is een brandje! Soms kun je het ook negeren of delegeren.

    Wet 3: Ruim je bureau op

    • De tijd die je besteedt aan het zoeken naar papieren of je telefoon is verloren tijd. Als je zorgt voor een opgeruimd bureau, hoef je hier geen aandacht aan te besteden.
    • Een computer, telefoon, notitieblok en eventueel archiefmappen is alles wat je bureau nodig heeft. Doel van het opruimen is dat je alles wat belangrijk is weet te vinden, alle zooi van je bureau op de grond vegen is dus niet de oplossing.
    • Papieren die je bij het opruimen tegenkomt en moet bewaren archiveer je, zorg dat je hier een systeem voor hebt.

    Wet 4: Deel op in overzichtelijke stukken

    • Verdeel je maand in weken, je week in dagen en je dag in uren.
    • Je grote project wordt zo langzaam veranderd in kleine, overzichtelijke actiepunten.

    Wet 5: Stel deadlines voor jezelf

    • Leg jezelf die druk op om het af te krijgen. Zorg er wel voor dat je de deadlines instelt voor overzichtelijke stukken.
    • Eén deadline instellen voor je hele scriptie zal je eerder enorme stress opleveren dan een beetje gezonde druk.

    Wet 6: Doe het nu

    • Nare dingen zijn morgen nog steeds naar. Doe die actiepunten die je vervelend vindt dus zo snel mogelijk, anders blijft het als een donkere wolk boven je hoofd hangen.

    Wet 7: Check je e-mail niet de hele dag

    • Lees je e-mail bijvoorbeeld twee keer per dag. Als je een bericht gelezen hebt doe er dan gelijk wat mee:
      • Beantwoord het.

      • Als dat niet in een keer kan, zet het dan op je to-do-lijst of markeer het als onbehandeld of ongelezen.

      • Als het louter informatie is, archiveer het dan in het daarvoor bestemde mapje.

    Wet 8: Maak je werk af

    • Als je je continu laat afleiden krijg je nooit iets af. Maak eerst taak A af voor je aan taak B begint.
    • Als je iets te binnen schiet dat moet gebeuren, zet dat dan op een to-do-lijst.

    Wet 9: Nee!

    • Durf nee te zeggen. Zeker als er iemand naar je toekomt en je ergens mee bezig bent. Zeg dan gewoon: “Ik ben nog even een kwartiertje bezig, daarna heb ik tijd voor je.” Er zijn weinig mensen die dat echt raar vinden en maakt jouw tijdsbesteding effectiever.
    • Bedenk: een afspraak met jezelf is net zo belangrijk als met een ander.

    Wet 10: Pas je aan je eigen ritme aan

    • Als je het beste in de ochtend kan werken, zorg dan dat je ’s ochtends tijd hebt voor de belangrijkste dingen. Als dat ’s avonds is, plan dan ’s avonds tijd in.
    • Ga niet zinloze dingen doen op het moment dat jij je het fitst voelt.

    Wet 11: Plan een vakantie

    • Plan een vakantie in waarbij je studieboeken en andere verplichtingen thuis blijven.
    • Je zult merken dat je daarna efficiënter kunt werken.

    Wet 12: 80/20 regel

    • Dit wordt ook wel Pareto's law genoemd.
    • Als je iets perfect wilt doen kost dit vaak veel tijd. In 20% van die tijd kun je vaak ook 80% van dat perfecte niveau halen.
    • In de meeste gevallen voldoet dit niveau, de overige 80% van je tijd om het perfect te maken kun je dan beter ergens anders in steken.
    • Dit kan je dus helpen om je tijd gelijkmatig over het aantal taken te verdelen en niet te veel tijd te besteden aan taken die het niet waard zijn.

    Wet 13: Stel (lange termijn) doelen

    • Het is belangrijk te weten waar je het allemaal voor doet.
    • Stel doelen die je op de lange termijn wilt bereiken en zorg ervoor dat je (meeste) actiepunten daar afgeleiden van zijn.

     

     

     

      Hoe begin je met time management en studieplanning?

      Hoe begin je met time management en studieplanning?

      • Voordat je een planning kunt gaan maken is het belangrijk om eerst te weten hoeveel tijd je kwijt bent aan al je activiteiten. Door twee weken lang bij te houden wanneer je hoeveel tijd aan welke activiteiten besteedt, krijg je een beter beeld van het werk dat je doet. Je zult zien dat je bijvoorbeeld veel meer of minder tijd in je studie steekt dan je eigenlijk dacht.
      • Deze informatie kun je gebruiken bij het maken van je planning. Het doel is om inzicht te krijgen in je dagindeling maar ook om een goed idee te krijgen van hoeveel werk je op één dag aankunt. Als je bij het bijhouden van je tijd merkt dat je niet meer dan vier uur per dag geconcentreerd kunt studeren heeft het ook geen zin om daarna in je planning een week lang iedere dag van 8.00 tot 23.00 uur in te ruimen voor studie. Door je concentratie te trainen kun je het aantal studie-uren wel opbouwen. Maar doe dit geleidelijk.

      Hoe begin je?

      • Als je je studie goed wilt plannen en time management goed wilt doen moet je vrij gedetailleerd bijhouden wanneer je wat doet. Dit hoeft natuurlijk niet op de minuut precies, maar dingen als pauzetijden en het aantal pagina’s dat je gelezen hebt, wil je wel opschrijven. Het is daarom aan te raden om iedere activiteit direct bij te kunnen houden. Maak daarom een schema op je telefoon of op een kladblok dat je de hele dag bij je hebt, dan hoef je niet aan het einde van de dag schattingen te gaan maken.
      • Bij het ‘tijdschrijven’ gaat het niet alleen om de tijd die je in je studie steekt, maar ook om al het andere dat je doet. Het is belangrijk te weten hoeveel tijd je dagelijks kwijt bent aan noodzakelijke huishoudelijke taken zoals boodschappen doen, koken, de was doen. Dan weet je welke uren je vrij te besteden hebt. Door ook bij te houden hoeveel tijd in hobby’s, luieren en tv-kijken gaat zitten kun je zien waar er misschien wat te snijden valt.
      • Als voorbeeld hier een schema van een eerstejaars Politicologie student:




      Maandag

      Dinsdag

      Woensdag

      10.00-10.45 Opstaan/ontbijt

      8.00-9.00 Opstaan/ontbijt

      8.30-8.45 Opstaan

      10.45-11.00 Naar Uni

      9.00-9.15 Naar Uni

      8.45-9.00 Naar Uni

      11.00-12.00 Lezen artikel
      Nationale politiek (8 blz.)

      9.15-11.00 WG Pol. Wetenschap

      9.00-11.00 WG Internat. Pol.

      12.00-13.00 Lunch

      11.00-11.45 Kletsen met
      studiegenoten

      11.00-11.15 Ontbijt

      13.00-15.00 HC Internat. Pol.

      11.45-12.30 Lezen Pol.
      Wetenschap (6 blz.)

      11.15-13.00 HC Nat. Pol.

      15.00-15.30 Boodschappen

      13.00-15.00 HC Internat. Pol.

      13.00-13.45 Vergadering SPIL

      15.30-18.45 PC-spelletje

      15.00-17.00 HC Pol. Wetenschap

      13.45-14.30 Lunch

      18.45-20.00 Koken en eten

      17.00-0.30 Eten en drinken bij
      vrienden

      14.30-17.00 WG Nat. Pol
      voorbereiden (pauze 15.30-16.00)

      20.00-22.40 Lezen boek Internat. Pol. (20 blz.) (pauze 21.00-21.20)

       

      17.00-17.30 Boodschappen

      22.40-23.45 TV kijken

       

      17.30-19.00 Lezen Nat. Pol. (12 blz.)

         

      19.00-20.00 Koken en eten

         

      20.00-23.00 TV-kijken

      Hoe kun je de competentie ‘plannen' herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

      Hoe kun je de competentie ‘plannen' herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?


      Plannen tijdens je reis

      • Je kan op vele manieren reizen: alleen of samen (in een groep), met een koffer of een backpack, met de fiets of een ander vervoersmiddel, in een ho(s)tel of op de camping, over de begane paden of de road less traveled. Hoewel al deze soorten reizen hun eigen planning vereisen, zijn er een aantal basale punten die altijd van toepassing zijn.
      • Een financiële planning is een belangrijke stap. Wanneer je bedacht hebt wat voor reis je wilt gaan maken, moet je een inschatting maken hoeveel geld je dat gaat kosten.
      • Verdiep je in de praktische aspecten van je reis: hoe zit het met de valuta, heb je een visum of vaccinaties nodig en wat is het beste seizoen op jouw bestemming? Dat zijn essentiële vragen bij het plannen van een reis.
      • De mate waarin je je activiteiten tijdens je reis zelf plant, ligt voor een groot deel aan wat voor reis je maakt. Een groepsreis is van nature meer gepland dan een backpack reis. Wanneer je in gezelschap reist, moet daar ook rekening mee gehouden worden. Maak in dat geval duidelijk je wensen kenbaar aan elkaar zodat je daar allebei rekening mee kunt houden.
      • Tijdens je reis zelf is het van belang om naast de (al dan niet strakke) planning die je hebt, ook ruimte te houden voor flexibiliteit. Je weet natuurlijk nooit wat voor mooie en interessantere plekken of mogelijkheden op je pad komen, die niet op je planning stonden.

      Plannen tijdens je studie

      • Plannen tijdens je studie kan zowel op lange - als op korte termijn plaatsvinden.
      • Wanneer je aan je studie begint is het goed om na te gaan wat de nominale duur van de studie is en hoe de indeling per jaar is. Zijn er stages, of minoren die je zelf moet invullen? Hoeveel vakken volg je per jaar? Wanneer je bijvoorbeeld van tevoren al weet dat je bijvoorbeeld eerder wilt afstuderen, of een tweede studie of een uitgebreide stage wilt doen waardoor je studievertraging oploopt, kan dit handig zijn om dit van tevoren te plannen.
      • Een studiejaar is altijd in bepaalde periodes opgedeeld. Als je een realistisch beeld van deze periodes hebt en weet wanneer er bijvoorbeeld intensievere weken zijn zoals tentamenweken, kun je de activiteiten naast je studie ook beter plannen. Denk hierbij aan bijbaantjes, verenigingen of vakanties. Dit geldt ook op kleinere schaal; hoe deel je een week zo in dat zowel je studie als persoonlijk leven tot hun recht komen?
      • Hou ook ruimte voor flexibiliteit. Wat als zich een mogelijkheid voordoet die kan bijdragen aan je persoonlijke ontwikkeling, of als je een kans krijgt die je gewoon wilt pakken, en deze niet op de planning staat? Als je je het kunt veroorloven, zou het zonde zijn om dit soort situaties aan je voorbij te laten gaan.
      • Daarnaast zal je tijdens je studie bij groepsopdrachten te maken met de agenda’s van je medestudenten. Een goede planning om gezamenlijk overlegmomenten te prikken en deadlines te halen is dan extra belangrijk. Samen hierover heldere afspraken maken over de tijdstippen en hoe te communiceren als er iets wijzigt, helpt bij het houden van overzicht.
      • Bij een scriptie vraagt vaak een goede planning, met voldoende tussendeadlines en ruimte voor flexibiliteit. Gebruik eerdere studiejaren om alvast te oefenen bij het plannen van je project en houd rekening met bijvoorbeeld feedbacktermijnen van de begeleider. Over het algemeen zal het helpen om bij grote verslagen in te bouwen dat je een aantal dagen voor de deadline klaar bent, zodat je ruimte hebt voor eventuele tegenvallers en niet direct in tijdnood raakt.

      Plannen tijdens je werk

      • Wanneer je je werkzaamheden plant, is het belangrijk om een uiteindelijk doel voor ogen te hebben waar je naartoe kunt werken. Wanneer dat zo is, kun je bijvoorbeeld ook effectiever taken verdelen met collega's en kleinere doelen stellen om een groter doel te bereiken. Dat maakt het werk vaak effectiever en plezieriger.
      • Als je samen met collega's aan een project werkt, is duidelijke communicatie van belang om een effectieve planning te maken. Hoeveel tijd heeft iedereen per persoon, wie kan welke taak het beste verrichten en wat is de globale indeling? Dan is iedereen van hetzelfde op de hoogte en ontstaan er zo min mogelijk misverstanden.
      • Als het van toepassing is, geef dan op tijd aan wanneer je op vakantie wilt zodat er een goede jaarplanning gemaakt kan worden.

      Plannen tijdens je vrijwilligerswerk of stage

      • Als je aan vrijwilligerswerk of een stage begint, is het eerst belangrijk om met je leidinggevende af te stellen wat jouw doelen zijn voor je tijd bij de organisatie en wat de organisatie zelf van je verwacht. Wanneer je deze twee zaken zo goed mogelijk op elkaar kunt afstemmen, hebben jullie allebei het meeste aan je werk. 
      • Tijdens een stage is het meestal ook nodig om naast je werk bij je stageplek ook het werk dat je voor je studie moet doen nog in te plannen.
      Plannen en tijd winnen tijdens je studie, stage, werk en vrije tijd

      Activiteiten in het buitenland verzekeren: studeren, stagelopen, vrijwillig werken, betaald werken of emigreren

      Activiteiten in het buitenland verzekeren: studeren, stagelopen, vrijwillig werken, betaald werken of emigreren

      Meenemen op reis, bagage en reisartikelen: thema's en startpagina's

      Backpack, reistas, roltas, rugzak of daypack zoeken, keuren, kiezen, kopen en klaarmaken
      Beschermen tegen insecten, muggen en spinnen in het buitenland

      Beschermen tegen insecten, muggen en spinnen in het buitenland

      Bescherming tegen insecten en spinnen in het buitenland Bedwantsen, Bloedzuigers, Tijgermuggen, Muggen, Muskieten, Kakkerlakken, Spinnen, Steekvliegen, Teken, Zandvliegen en Zandvlooien Inhoud: o.a Wat moet je doen als je bedwantsen tegenkomt, zijn ze gevaarlijk en waar komen ze voor? Wat moet je doen als je bloedzuigers tegenkomt, zijn ze gevaarlijk en waar komen ze voor? Wat moet je doen als je...... lees verder op de pagina
      Handbagage meenemen en reispullen inpakken voor backpacken, reizen of vakantie
      Klamboe kiezen, reisklamboe meenemen en muskietennet ophangen tegen muggen of kakkerlakken
      Medicijnen en reisapotheek kiezen, inpakken en meenemen op reis naar het buitenland
      Outdoorspullen en buitensportartikelen checken, meenemen en verzekeren op reis

      Outdoorspullen en buitensportartikelen checken, meenemen en verzekeren op reis

      Reisoutdoor, buitensport en buitensportartikelen voor je reis of backpacktrip Inhoud: Hoeveel water heb je nodig tijdens een wandel- of fietstocht op reis? Wat zijn waterfilters en hoe krijg je veilig drinkwater op reis? Wel of niet op reis een waterzuiveraar of filter gebruiken? Wat zijn waterfilters en hoe krijg je veilig drinkwater op reis? Voorbereiden en verzekeren van je activiteiten,...... lees verder op de pagina
      Relaxen en slaapartikelen kiezen, inpakken en meenemen op reis naar het buitenland

      Relaxen en slaapartikelen kiezen, inpakken en meenemen op reis naar het buitenland

      Relax en slaapartikelen voor op reis, of chillen onderweg Comfortabel reizen - Lakenzakken - Reishangmatten - Reiskussens - Slaapzakken Inhoud: o.a Wel of niet een reishangmat meenemen? Wat is een geimpregneerde hangmat? Waarom een lakenzak meenemen? Welk materiaal kies ik voor mijn lakenzak: zijde, katoen of poly-katoen? Welke lakenzakken helpen tegen stekende insecten? Wel of niet een slaapzak meenemen? Waar...... lees verder op de pagina
      Reisapparatuur kiezen, inpakken en meenemen op reis en vakantie

      Reisapparatuur kiezen, inpakken en meenemen op reis en vakantie

      Techniek, communicatie en apparatuur voor op reis en tijdens het backpacken Stekkeradapters - Mobiele opladers - Powerbanks - Traveltools Wereldstekkers - Hoofdlampen - Zonneladers Inhoud: o.a. Wat voor reisapparatuur is handig om te hebben voor communicatie op reis? Waar en hoe kan je op reis en in het buitenland je telefoon gebruiken? Welke stekker heb je op reis en in...... lees verder op de pagina
      Reisbagage en artikelen uitkiezen en meenemen voor backpacken, reizen en vakantie
      Reisgids en Lonely Planets kiezen, inpakken en meenemen op reis, vakantie of backpacktrip
      Reiskleding en schoenen kiezen, inpakken en meenemen op reis naar het buitenland
      Reisveiligheid en diefstal voorkomen bij reizen en backpacken

      Reisveiligheid en diefstal voorkomen bij reizen en backpacken

      Diefstal voorkomen op reis en tijdens het backpacken, bescherming tegen criminaliteit en reisveiligheid bevorderen Anti-diefstal - Geldriemen - Moneybelts - Reisalarmen - Reiskluizen - Reissloten Inhoud: o.a. Wat kun je doen om in het buitenland diefstal te voorkomen en veilig te blijven? Wat zijn de gouden regels voor het veilig opbergen van je geld en documenten? Wat doe je als...... lees verder op de pagina
      Toilettas en toiletartikelen kiezen, inpakken en meenemen op reis naar het buitenland
      Ultieme meeneemlijst voor reizen en backpacken

      Ultieme meeneemlijst voor reizen en backpacken

      Meeneemlijsten, paklijsten en checklists voor backpacken, stage, studie, vrijwilligerswerk, werk en lang verblijf in het buitenland Inpaklijsten en checklists per artikel Wat neem je wel en wat neem je niet mee met betrekking tot identificatie, geld en papieren, reiskleding, antimuggenkleding, bescherming voor het lijf, verzorging en hygiëne, eten en drinken, communiceren en techniek op reis, inpakken en bagage beschermen, buiten...... lees verder op de pagina
      Voedsel checken, gezond eten in het buitenland en water drinken op reis

       

      Stagelopen in het buitenland: uitgelichte organisaties

      Stagelopen in het buitenland: uitgelichte organisaties

      Projecten en non-profit sector in Nederland: uitgelichte organisaties

      Projecten en non-profit sector in Nederland: uitgelichte organisaties

      Werken bij een internationale organisatie of non-profit instelling in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken bij een internationale organisatie of non-profit instelling in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken en ontwikkelen bij non-profit organisaties, sociale ondernemingen en internationale organisaties Werken als beleidsmedewerker, duurzaamheidscoördinator, fondsenwerver, milieumedewerker, natuurbeschermer of bijvoorbeeld projectmedewerker: naar het buitenland als stagiair, vrijwilliger of betaalde kracht Inhoud: o.a o Wat is een non-gouvernementele organisatie (NGO) en een gouvernementele organisatie? Wat zijn de taken en arbeidsvoorwaarden binnen fondsenwerving en acquisitie in de non-profit sector? Wat zijn de...... lees verder op de pagina
      Partnerships & Partnerselections
      • JoHo werkt samen met verschillende partners binnen verschillende sectoren. Op deze pagina vind je diverse uitgelichte selecties van partnergroepen per sector. Daarnaast vind de specifieke partnerpagina's voor
      ..... lees verder over deze organisatie of sector

      Werk, vrijwilligerswerk en stage binnen communicatie en marketing in binnen- en buitenland: startpagina's

      Werk, vrijwilligerswerk en stage binnen communicatie en marketing in binnen- en buitenland: startpagina's

      Communicatie en marketing studeren en stage in het buitenland

      Communicatie en marketing studeren en stage in het buitenland

      Communicatie en marketing in binnen- en buitenland: van studie, stage tot onderzoek doen Inhoud: o.a Wat is communicatie binnen een organisatie? Wat is het vakgebied communicatie? Wat is marketing? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je samenvattingen en studiehulp voor communicatie en communicatiewetenschappen? Waar vind je samenvattingen en studiehulp voor bedrijfskunde en marketingopleidingen? Wat zijn de betrokken studierichtingen en thema's binnen...... lees verder op de pagina
      Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van communicatie, marketing en voorlichting Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als marketeer, marketing medewerker, pr medewerker, public affairs officer, productmanager of voorlichter Inhoud o.a. Wat is communicatie binnen een organisatie, en wat is het vakgebied communicatie? Wat is communiceren en wat is marketing? Wat zijn de meest voorkomende functies en rollen in...... lees verder op de pagina
      Interculturele en internationale communicatie studeren en stagelopen in het buitenland

      Interculturele en internationale communicatie studeren en stagelopen in het buitenland

      Internationale en interculturele communicatie in binnen- en buitenland: van studie, stage tot onderzoek doen Inhoud: o.a. Wat is interculturele communicatie? Wat is communicatie binnen een organisatie, en wat is het vakgebied communicatie? Wat is overtuigend zijn, onderhandelen en conflicten hanteren als competentie? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor Interculturele communicatie en antropologie? Waar vind je...... lees verder op de pagina
      Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

      Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

      Feiten uitwisselen, kennis overdragen, boodschappen overbrengen, begrip kweken en betrokkenheid versterken Argumentatie - Communicatie - Overtuigingskracht - Redenatie - Tekstgebruik - Schrijfvaardigheden inhoud: o.a. Wat is communiceren? Wat is mondelinge, schriftelijke en non-verbale communicatie? Wat is argumenteren en wat is het nut van argumentatie? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor tekstgebruik? Waar vind je de...... lees verder op de pagina
      Sales & Verkoop: opleiding tot studeren in het buitenland
      Branches, sectoren en werkvelden: gerelateerde tags
      Werken, stagelopen en vrijwilligerswerk in binnen- en buitenland per activiteit en functie: startpagina's

      Au pair worden in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk
      Dieren verzorgen en natuur beschermen in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Dieren verzorgen en natuur beschermen in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij de dierenopvang, wildlife centers of natuurorganisaties Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als o.a: animal Rescue medewerker, coördinator, dierenarts, dierenverzorger, onderzoeker, wildlife vrijwilliger of wildlife ranger Inhoud o.a Hoe kan je jezelf bescherming tegen gevaarlijke dieren in het buitenland? Hoe regel je werk of een baan op een biologische of duurzame boerderij? Wat betekent duurzaamheid...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland bij events en in de entertainment in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij events en in de entertainment in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in de entertainment-, animatie- en eventsector Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als animatiemedewerker, entertainer, eventmedewerker of eventorganisator Inhoud: o.a. Wat zijn de taken en werkzaamheden van animatie- en entertainmentmedewerkers in het buitenland? Welk opleidingsniveau heb je nodig en wat zijn de functie-eisen voor animatie- en entertainmentmedewerkers in het buitenland? Wat zijn de arbeidsvoorwaarden en salarisindicaties...... lees verder op de pagina
      Werken in de fysiotherapie en revalidatie zorg in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in de fysiotherapie en revalidatie zorg in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in de fysiotherapie en revalidatiesector Revalidatie centra - Paramedische sector - Ergotherapie Inhoud: o.a Hoe ziet je dag eruit in de fysiotherapie en zorg? Wat zijn je werkzaamheden? In welke landen en met welke werkzaamheden kan je in het buitenland via JoHo werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen in in de fysiotherapie en revalidatiesector Hoe werkt het...... lees verder op de pagina
      Jurist en juridische werkzaamheden in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk
      Lesgeven in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Lesgeven in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in het onderwijs en bij trainingsinstituten Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als coach, leraar, lerares, leerkracht, onderwijshulp, onderwijzer, onderwijzeres, skileraar, trainer of 'english teacher' Inhoud: o.a. Wat zijn praktische tips bij het lesgeven in het buitenland? Wat zijn voorbeelden van lessen en spelletjes die je kunt gebruiken bij het lesgeven in het buitenland of in...... lees verder op de pagina
      Maatschappelijk dienstverlener en sociaal werk in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Maatschappelijk dienstverlener en sociaal werk in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van sociaal en maatschappelijk werk Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als cultureel medewerker, maatschappelijk dienstverlener of sociaal werker Inhoud: o.a Maatschappelijk en sociaal werk in het buitenland: wat is het, waarom zou je het doen, en waar kan je het beste heen? Wat kan je doen om je inlevingsvermogen, empathie en tact...... lees verder op de pagina
      Online werken vanuit het buitenland als digital nomad of working nomad

      Online werken vanuit het buitenland als digital nomad of working nomad

      Remote en online werken vanuit het buitenland als digital of working nomad Administratieve en fiscale zaken regelen Beste plekken uitzoeken - Gemotiveerd blijven Remote werkzaamheden zoeken - Werk uitvoeren Verzekeringen kiezen - Uitschrijven bij gemeente of niet - Zzp'er in buitenland Inhoud: werken als digital of working nomad Wat zijn global nomads en digital nomads die werken vanuit het buitenland?...... lees verder op de pagina
      Werken in de outdoor en sportmanagement in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in de outdoor en sportmanagement in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van sport, outdoor en beweging Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als o.a. activiteitenbegeleider, outdoormedewerker, sportinstructeur of sportleraar Inhoud: Outdoor- en sportinstructeur in het buitenland: wat is het, waarom doen en waar kan je het beste heen? In welke landen en met welke werkzaamheden kan je via JoHo in het buitenland werken, stagelopen...... lees verder op de pagina
      Personeelsmedewerker en arbeidsbemiddeling in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk
      Psycholoog en coach in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Psycholoog en coach in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken als psycholoog, in de geestelijke gezondheidszorg of in de coachingsector in binnen- en buitenland Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als gedragswetenschapper, personal coach, mental coach of psychologisch hulpverlener Inhoud: o.a. Wat is de psychologische sector, waar kan je werken in de geestelijke gezondheidszorg en wat ga je doen? Wat zijn je werkzaamheden, taken en competenties als psychologische hulp...... lees verder op de pagina
      Reisleider en reizen begeleiden in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Reisleider en reizen begeleiden in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in de reissector of als reisleider Werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen als groepsleider, host, reisbegeleider, reismedewerker of reisorganisator Inhoud: o.a. Wat betekent werken voor een reisorganisatie of touroperator in het buitenland? In welke landen en met welke werkzaamheden kan je via JoHo in het buitenland werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen als reisleider of gids Reisleider &...... lees verder op de pagina
      Werken in het toerisme en de reissector in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het toerisme en de reissector in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in het toerisme, de reissector en de vrijetijdssector Werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen bij: Campings - Cruiseschepen - Duikscholen - Ecolodges - Guesthouses - Events - Horeca - Hotels - Reisorganisaties - Safarikampen - Sportorganisaties - Zomerkampen Inhoud: o.a. Wat is werken bij een hotel, hostel, guesthouse of restaurant in het buitenland? Wat is werken op...... lees verder op de pagina
      Werken als onderzoeker en in de wetenschap in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken als onderzoeker en in de wetenschap in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij een onderzoeksorganisatie of wetenschappelijke instelling Betaald werk, stage en vrijwilligerswerk als analist, aio, onderzoeksmedewerker, promovendus of wetenschapsassistent Inhoud: o.a. Wat is kennis, en wat betekent waarheid? Wat is onderzoek doen, en wat is onderzoeken? Wat is statistiek, en wat zijn methoden? Wat is analyseren? Wat is analytisch zijn, de kern van een probleem zien en...... lees verder op de pagina
      Werken bij een internationale organisatie of non-profit instelling in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken bij een internationale organisatie of non-profit instelling in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken en ontwikkelen bij non-profit organisaties, sociale ondernemingen en internationale organisaties Werken als beleidsmedewerker, duurzaamheidscoördinator, fondsenwerver, milieumedewerker, natuurbeschermer of bijvoorbeeld projectmedewerker: naar het buitenland als stagiair, vrijwilliger of betaalde kracht Inhoud: o.a o Wat is een non-gouvernementele organisatie (NGO) en een gouvernementele organisatie? Wat zijn de taken en arbeidsvoorwaarden binnen fondsenwerving en acquisitie in de non-profit sector? Wat zijn de...... lees verder op de pagina
      Werken in een lodge, ecohotel of safaricamp via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in een lodge, ecohotel of safaricamp via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op een safari kamp, duurzame lodge of eco hotel in Afrika, Azië, Latijns-Amerika of Australië Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als o.a: assistent manager - barpersoneel - host - kampmanager - kok - lodgemanager - receptiemedewerker - technische hulp Inhoud: o.a Wat is werken in het buitenland in de huishouding van een B&B, guesthouse, hostel...... lees verder op de pagina
      Werken in een hotel of hostel in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in een hotel of hostel in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in een hotel, hostel, guesthouse, bed en breakfast of andere accommodatie Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als o.a: assistent manager, host, barpersoneel , entertainer, kok, manager, reeptiemedewerker of technisch medewerker Inhoud: o.a. Wat is werken in het buitenland in de huishouding van een B&B, guesthouse, hostel of hotel? Wat zijn je taken als als balie-...... lees verder op de pagina
      Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in de marketing en communicatie in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van communicatie, marketing en voorlichting Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als marketeer, marketing medewerker, pr medewerker, public affairs officer, productmanager of voorlichter Inhoud o.a. Wat is communicatie binnen een organisatie, en wat is het vakgebied communicatie? Wat is communiceren en wat is marketing? Wat zijn de meest voorkomende functies en rollen in...... lees verder op de pagina
      Werken in de bouw, ict, techniek en transport in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in de bouw, ict, techniek en transport in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in de bouw-, ict-, techniek- of transportsector Werk, stage of vrijwilligerswerk als bouwvakker, bouwmedewerker, chauffeur, chemicus, ICT'er, technicus, technisch medewerker of vervoersmedewerker Inhoud: o.a. Wat is ICT? Wat is milieu en duurzaamheid in het buitenland? Waar moet je aan denken als je gaat werken in het buitenland? Techniek & Vacatures In welke landen en met welke...... lees verder op de pagina
      Werken in de wintersport via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in de wintersport via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in de wintersport als gastheer, gastvrouw, host, kok of skichaletmedewerker Inhoud o.a. Wat zijn je taken als chalet medewerker? Welke competenties heb je nodig in de wintersport als chaletmedewerker? Welk persoonstype heb je nodig voor werk als chalet medewerker Welk opleidingsniveau heb je nodig voor werk als chalet medewerker en wat zijn je functie-eisen? Wat zijn de arbeidsvoorwaarden en...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland bij een helpdesk of call center via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij een helpdesk of call center via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken en jezelf ontwikkelen bij helpdesks, service centers en callcenters in het buitenland Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als alarmcentrale invalkracht, inbound servicemedewerker, outbound servicemedewerker, teamleider call center of teamleider helpdesk Inhoud o.a Wat zijn je werkzaamheden en taken als je gaat werken bij een alarmcentrale, helpdesk of callcenter in het buitenland? Heb je een opleiding nodig, en wat...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland als duikinstructeur of divemaster via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland als duikinstructeur of divemaster via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij een duikschool of duikcentrum Werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen als dive master, duiker, duikinstructeur of duikschoolmedewerker Inhoud: o.a. Wat komt er kijken bij werken bij een duikschool of duikcentrum in het buitenland? Wat komt er bij kijken als divemaster of duikinstructeur wilt worden Wat zijn je verdiensten en voordelen bij werken voor een duikschool in...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland bij een skischool als skileraar of snowboardinstructeur via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland bij een skischool als skileraar of snowboardinstructeur via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Betaald werk, stage of vrijwilligerswerk als skileraar, snowboardinstructeur, skischoolmedewerker of wintersport all-rounder Inhoud : o.a. Wat zijn je werkzaamheden en taken als ski- of snowboardleraar in het buitenland? Heb je een opleiding nodig voor het werken als ski- en snowboardleraar in het buitenland, en wat zijn de eisen aan de functie? Wat zijn de arbeidsvoorwaarden en salarisindicaties voor ski- en...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland in een bar, cafe, club, discotheek of restaurant via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in een bar, cafe, club, discotheek of restaurant via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in een bar, cafe, club, discotheek of restaurant Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als assistent bedrijfsleider, barpersoneel, bezorger, host, horecamanager, kok of ober Inhoud: o.a. Hoe regel je een baan bij een hotel, hostel, guesthouse of restaurant in het buitenland? Werken in de horeca of entertainment in het buitenland: wat is het, waarom zou je...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland met kinderen en jongeren via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland met kinderen en jongeren via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in de pedagogische sector, jeugdzorg of kinderverzorging in binnen- en buitenland Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als au pair, jeugdwerker, kinderverzorger, orthopedagoog, pedagoog, pedagogisch hulpverlener of pedagogisch medewerker Inhoud: o.a. Wat is de pedagogische sector, waar kan je werken en wat ga je doen? Werken met kinderen in het buitenland: wat is het, waarom zou je het doen...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland op het gebied van management en organisatie via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van management en organisatie via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van bedrijfsorganisatie, management en advies Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als bedrijfskundige, bedrijfsmanager, consultant, coordinator, groepsleider, manager of organisatie-adviseur Inhoud: o.a. Wat is leidinggeven en waar gaat het om? Wat is professionaliteit en professioneel handelen,en deskundig zijn en vakmanschap tonen? Wat is leidinggeven, coördineren, motiveren en besluitvaardigheid, als competentie? Wat zijn aandachtspunten...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland op het gebied van beleid en bestuur via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van beleid en bestuur via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland binnen het bestuur, de overheid en de regelgeving Betaald werk, stage of vrijwilligerswerk als ambtenaar, bestuurskundige, bestuursmedewerker, gemeentemedewerker, juridisch medewerker of politiek assistent Inhoud o.a: Wat is bestuursrecht? Wat is bestuurskunde? Hoe zit het staatsrecht en bestuursrecht in elkaar, en wat zijn de deelgebieden? Bestuur en beleid & Vacatures In welke landen en met welk werk...... lees verder op de pagina
      Werken op een camping, glamping, kampeerboerderij of resort in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken op een camping, glamping, kampeerboerderij of resort in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op campings, kampeerboerderijen en resorts Betaald werk, stage of vrijwilligerswerk als barmedewerker, entertainer, receptiemedewerker, technisch medewerker of tentopzetter Inhoud: o.a. Wat is werken op een camping in het buitenland? Welke werkzaamheden voer je uit tijdens je werk voor een camping in het buitenland? Wat zijn de arbeidsvoorwaarden bij werken op een camping in het buitenland? Wat...... lees verder op de pagina
      Werken op een boerderij in het buitenland en fruit plukken via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken op een boerderij in het buitenland en fruit plukken via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken op een boerderij in het buitenland of in de agrarische sector? Betaald werk, stage en vrijwilligerswerk als agrarisch medewerker, druivenplukker, fruitplukker of organisch boerderijmedewerker Inhoud: o.a. Werken op een boerderij in het buitenland: wat is het, waar kan je het beste heen, en ben je verzekerd? Welke soort werk en welke seizoensbanen zijn er op een boerderij en in...... lees verder op de pagina
      Werken op een cruiseschip of zeiljacht in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken op een cruiseschip of zeiljacht in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken op cruiseschip of zeiljacht in het buitenland Arts - Bemanning - Crew - Entertainer Horecamedewerker - Officier - Stewards - Verpleging - Winkelmedewerker Taken, salarissen en achtergronden? Wat zijn je taken als medewerker in de bediening op een cruiseschip? Wat zijn de taken, salarissen en achtergronden van een stewardess of steward op zeiljacht? Wat zijn de taken, salarissen en...... lees verder op de pagina
      Werken op een zomerkamp en activiteiten begeleiden in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken op een zomerkamp en activiteiten begeleiden in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op een vakantiekamp, summer camp of zomerkamp Werken, stagelopen of vrijwilligerswerk doen als activiteitenbegeleider, stafmedewerker, summercampmedewerker of leiding van een vakantiekamp Inhoud: o.a. Wat zijn je werkzaamheden en taken tijdens het werk op een zomerkamp of vakantiekamp in het buitenland? Wat is het verwachte opleidingsniveau, en wat zijn de eisen aan bij werk op een zomerkamp...... lees verder op de pagina
      Werken op het gebied van milieu en duurzaamheid in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken op het gebied van milieu en duurzaamheid in het buitenland via betaald werk, stage of vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland op het gebied van duurzaamheid en milieubeheer Betaald werk, stage, vrijwilligerswerk of werkervaringsplek als: duurzaamheidsmedewerker, milieumedewerker, milieucoördinator, natuurbeheerder, waste manager Inhoud: o.a. Wat betekent duurzaamheid en waar gaat duurzaamheid over? Wat is natuur, en wat betekent 'de natuur'? Wat is het milieu en wat is milieubescherming? Wat zijn de beste tips om duurzaam en milieuvriendelijk te...... lees verder op de pagina
      Werken met een working holiday visum en werkvakanties in het buitenland

      Werken met een working holiday visum en werkvakanties in het buitenland

      Werken, reizen en backpacken in Amerika, Australië, Canada, Europa, Nieuw-Zeeland of ander land Inhoud Wat is een werkvakantie, Working Holiday in het buitenland Wat is een Working Holiday visum, wat is een Australisch Working Holiday visum? Hoelang duurt een werkvakantie, Hoe regel je een werkvakantie, Hoe kan je een werkvakantie vullen? Hoe kan je je oriënteren en voorbereiden op werken...... lees verder op de pagina
      Vrijwilligerswerk in het buitenland doen en vacatures voor vrijwilligerswerk

      Vrijwilligerswerk in het buitenland doen en vacatures voor vrijwilligerswerk

      Vrijwilligerswerk in het buitenland doen, projecten in het buitenland steunen en vacatures voor vrijwilligerswerk in het buitenland zoeken Inhoud: o.a Wat zijn de vragen die je jezelf moet stellen als je vrijwilligerswerk in het buitenland wilt gaan doen? Waarom vrijwilligerswerk doen in het buitenland en waarom een ander helpen? Wat kunnen redenen zijn om géén vrijwilligerswerk in het buitenland te...... lees verder op de pagina
      Stage in het buitenland en vacatures voor stagelopen in het buitenland
      TEFL cursus volgen en Engelse les geven in het buitenland

      TEFL cursus volgen en Engelse les geven in het buitenland

      TEFL cursus volgen en Engelse les geven in het buitenland TEFL Training - TESOL cursus - CELTA Certicaat - TESL Diploma Vacatures betaald werk - Vacatures vrijwilligerswerk Inhoud: o.a Wat is een TEFL cursus? Wat is het verschil tussen TEFL, TESOL, CELTA en TESL? Engelse les geven & Vacatures Hoe vind je betaald werk als leraar of docent Engels in...... lees verder op de pagina
      Werken in zorg en medische werk in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in zorg en medische werk in het buitenland via betaald werk, stage en vrijwilligerswerk

      Werken in het buitenland in de gezondheidszorg bij ziekenhuizen en zorginstellingen Werk, stage of vrijwilligerswerk als arts, co-assistent, chirurg, fysiotherapeut, huisarts, kinderarts, neuroloog, psychiater, stagiair, tropenarts , verpleegkundige of zorgverlener Inhoud: o.a Medische stage en stage in de gezondheidszorg in het buitenland: wat is het, waarom zou je het doen en waar kan je beste heen? Hoe ziet je dag...... lees verder op de pagina
      Werken in het buitenland

      Werken in het buitenland

      Werken in het buitenland en jezelf ontwikkelen in een internationale omgeving Vragen en antwoorden over advies, betaald werken in het buitenland, coaching, keuzehulp en inspiratie rond banen, bemiddelende organisaties, bestemmingen, branches, competenties, functies, sectoren, vacatures, verzekeringen en werkgevers Inhoud: o.a. Wat zijn de 7 vragen die je kunt stellen als je wilt gaan werken in het buitenland? Hoe ziet de...... lees verder op de pagina

      Aanmelden bij JoHo om gebruik te maken van alle teksten en tools
       

      Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

      The world of JoHo footer met landenkaart

      JoHo: crossroads uit bundel
      JoHo: crossroads uit selectie
      Studievaardigheden en tentamens halen: startpagina's

      Studievaardigheden en tentamens halen: startpagina's

      Afstudeeronderzoek doen en stageverslagen maken in binnen- of buitenland

      Afstudeeronderzoek doen en stageverslagen maken in binnen- of buitenland

      Afstudeeronderzoek doen en stageverslag schrijven in nederland of in het buitenland Onderzoek opstellen - Onderzoek uitvoeren - Onderzoeks- of stageverslag maken Afstudeerproject kiezen - Eindverslag inleveren - Scriptie schrijven Inhoud o.a. Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een opzet voor een afstudeerscriptie? Hoe ga je om met movitatie, planning en studiebegeleiding tijdens je scriptie? Afstudeeronderzoek en...... lees verder op de pagina
      Arresten begrijpen, jurisprudentie lezen en samenvattingen zoeken

      Arresten begrijpen, jurisprudentie lezen en samenvattingen zoeken

      Arresten en jurisprudentie zoeken, bestuderen en gebruiken Inhoud: o.a. Waar te beginnen met het lezen van een arrest? Hoe en waar zijn arresten en jurisprudentie te vinden? Hoe en waar zijn samenvattingen van arresten en jurisprudentie te vinden? Hoe vind je wetsartikelen? Hoe begrijp en analyseer je wetsteksten? Hoe bestudeer je civielrechtelijke uitspraken? Hoe bestudeer je strafrechtelijke uitspraken? Hoe bestudeer...... lees verder op de pagina
      Onderwijs krijgen, hoorcolleges volgen en aantekeningen maken

      Onderwijs krijgen, hoorcolleges volgen en aantekeningen maken

      Onderwijs en hoorcolleges volgen, bestuderen en inzetten Aanwezigheid - Luistervaardigheid - Online delen - Relativeren - Vragen stellen Inhoud: o.a. Wat zijn hoorcollege? Wat zijn werkgroepen? Wat zijn collegeaantekeningen? Hoe maak je het beste aantekeningen tijdens je studie en volgen van onderwijs? Hoe kan je het beste een hoorcolleges of werkcolleges volgen? Wat zijn basistips bij het maken van onderwijs-...... lees verder op de pagina
      Plannen en tijd winnen tijdens je studie, stage, werk en vrije tijd
      Papers, scripties en verslagen maken voor studie, stage en werk

      Papers, scripties en verslagen maken voor studie, stage en werk

      Scripties en verslagen maken voor studie en opleiding Afstudeerverslag - Eindscriptie - Opzet - Hoofdvraag en Hypothese - Opdracht - Paper - Stageverslag - Scriptievoorbereiding Inhoud: o.a Wat is een masterscriptie of bachelorwerkstuk? Hoe begin je aan je scriptie of afstudeeronderzoek, en hoe kies je een onderwerp of vraagstelling? Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een...... lees verder op de pagina
      Samenvatten van studieboeken en uittreksel maken van de studiestof

      Samenvatten van studieboeken en uittreksel maken van de studiestof

      Samenvattingen van studieboeken en uittreksels maken van je studiestof Inhoud: o.a Wat is een samenvatting ? Hoe maak je samenvattingen en uittreksels van studieboeken en studiestof? Hoe gebruik je mindmapping, flashcards of BulletPoints? Wanneer kies je voor studiebegeleiding, bijles of een repetitor en hoe kies je de leraar of instelling? Hoe maak je samenvattingen en uittreksels van studieboeken en studiestof?...... lees verder op de pagina
      Succesvol studeren en studiepunten pakken

      Succesvol studeren en studiepunten pakken

      Effectief, slim en succesvol studeren tijdens je studie, cursus of training in binnen- en buitenland Antwoorden formuleren - Multiple choice tentamens maken - Teksten onthouden Plannen - Stress voorkomen - Voorbereiden Inhoud: o.a Hoe neem je kennis op en train je je geheugen? Hoe kan je leren sneller te lezen, of te snellezen? Hoe geef je een presentatie voor je...... lees verder op de pagina
      Studieresultaten boeken en tentamens halen

      Studieresultaten boeken en tentamens halen

      Studievaardigheden opdoen en studieresultaten halen Opdrachten inleveren - Studiestof leren - Tentamenstof begrijpen - Tentamens halen Inhoud: o.a Hoe neem je kennis op en train je je geheugen? Hoe kan je leren sneller te lezen, of te snellezen? Hoe geef je een presentatie voor je studie of werk, en wat is de beste voorbereiding? Wat kan je doen voor meer...... lees verder op de pagina
      Tentamens doen en examens halen

      Tentamens doen en examens halen

      Tentamens voorbereiden en succesvol examen doen van mondeling tentamen, multiple choice vragen, open vragen, open boek examen, oefenvragen, praktijkexamen, tentamenvragen tot testexamens Inhoud: o.a Hoe bereid je je het beste op tentamens voor? Hoe lees en leer je de voorgeschreven literatuur voor een studievak? Hoe haal je een tentamen en hoe verbeter je je tentamenprestaties? Hoe haal je resultaten bij...... lees verder op de pagina
      Wetenschappelijke artikelen en publicaties lezen, bestuderen en gebruiken

      Wetenschappelijke artikelen en publicaties lezen, bestuderen en gebruiken

      Wetenschappelijke artikelen en publicaties lezen, bestuderen en gebruiken Readers - Samenvattingen - Uittreksels - Bronnen Inhoud: o.a. Wat is een wetenschappelijk artikel? Wat is wetenschap? Wat is wetenschappelijk onderzoek? Wat zijn de uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen rond wetenschapsfilosofie Wat zijn de uitgelichte chapter- en boeksamenvattingen rond analyse en onderzoek Wat is een wetenschappelijk artikel? Een wetenschappelijk artikel is een geschreven...... lees verder op de pagina
      Studie en kennis in binnen- en buitenland: thema's en startpagina's

      Studie en kennis in binnen- en buitenland: thema's en startpagina's

      Academische vaardigheden opdoen in binnen- en buitenland

      Academische vaardigheden opdoen in binnen- en buitenland

      Academische vaardigheden en onderzoeksvaardigheden in binnen- en buitenland: van studie, stage tot onderzoek doen Inhoud: o.a. Wat is analytisch denken, hypothese opstellen en uitvoeren van de wetenschappelijke methode? Wat is analyse, onderzoek en waarheid? Studiehulp en samenvattingen Samenvattingen en studiehulp voor academische vaardigheden? Samenvattingen en studiehulp voor analyse, onderzoek en statistiek? Competenties en vaardigheden Hoe kan je je compententies en...... lees verder op de pagina
      Afstudeeronderzoek doen en stageverslagen maken in binnen- of buitenland

      Afstudeeronderzoek doen en stageverslagen maken in binnen- of buitenland

      Afstudeeronderzoek doen en stageverslag schrijven in nederland of in het buitenland Onderzoek opstellen - Onderzoek uitvoeren - Onderzoeks- of stageverslag maken Afstudeerproject kiezen - Eindverslag inleveren - Scriptie schrijven Inhoud o.a. Hoe stel je het onderzoeksvoorstel op, en hoe maak je een opzet voor een afstudeerscriptie? Hoe ga je om met movitatie, planning en studiebegeleiding tijdens je scriptie? Afstudeeronderzoek en...... lees verder op de pagina
      High School & Schooljaar: van college tot diploma in het buitenland
      Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

      Kennis overdragen, feiten uitwisselen en boodschappen overbrengen bij studie, stage en werk

      Feiten uitwisselen, kennis overdragen, boodschappen overbrengen, begrip kweken en betrokkenheid versterken Argumentatie - Communicatie - Overtuigingskracht - Redenatie - Tekstgebruik - Schrijfvaardigheden inhoud: o.a. Wat is communiceren? Wat is mondelinge, schriftelijke en non-verbale communicatie? Wat is argumenteren en wat is het nut van argumentatie? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor tekstgebruik? Waar vind je de...... lees verder op de pagina
      Opleidingen en studierichtingen kiezen in binnen- en buitenland

      Opleidingen en studierichtingen kiezen in binnen- en buitenland

      Studeren en kennis opdoen voor opleiding, ontplooiing of werkzaamheden Inhoud o.a. Communicatie & Marketing: o.a. cross culturele communicatie, media, social media en vormgeving Gezondheid & Zorg: o.a. geneeskunde, fysiotherapie en verpleegkunde Maatschappij & Cultuur: o.a sociale dienstverlenig, kunst, sociologie en interdisciplinaire studies Mens & Gedrag: o.a. antropologie, psychologie en gedragstudies Natuur & Milieu: o.a. agrarische studies, biologie en milieuwetenschappen Onderwijs...... lees verder op de pagina
      Kamer huren in het buitenland of appartement regelen voor studie of stage in het buitenland
      Stage in het buitenland en vacatures voor stagelopen in het buitenland
      Studeren in het buitenland en onderzoek in het buitenland

      Studeren in het buitenland en onderzoek in het buitenland

      Studeren of onderzoek doen aan een hogeschool of universiteit in het buitenland College - Minor - Master - PHD - Promotie - Studiepunten - University Vertrek - Verzekering - Voorbereiding Inhoud o.a. Welk land kies je als op zoek ben naar een universiteit of hogeschool in het buitenland? Welke competenties en vaardigheden kun je opdoen als je in het buitenland...... lees verder op de pagina
      Studiekeuze maken en master kiezen

      Studiekeuze maken en master kiezen

      Studie, master of cursus zoeken en kiezen voor je opleiding en toekomst Van motivatie, plezier, specialisatie, talent en toekomstperspectief naar zingeving of zelfinzicht Inhoud : o.a Wat is talent en wat zijn talenten? Wat zijn de stappen die je kan nemen als je een studie, een master, een cursus of een opleiding wil kiezen? Welke studies kan je doen: Wat...... lees verder op de pagina
      Studieresultaten boeken en tentamens halen

      Studieresultaten boeken en tentamens halen

      Studievaardigheden opdoen en studieresultaten halen Opdrachten inleveren - Studiestof leren - Tentamenstof begrijpen - Tentamens halen Inhoud: o.a Hoe neem je kennis op en train je je geheugen? Hoe kan je leren sneller te lezen, of te snellezen? Hoe geef je een presentatie voor je studie of werk, en wat is de beste voorbereiding? Wat kan je doen voor meer...... lees verder op de pagina
      Taal gebruiken en teksten schrijven voor studie, stage of werk

      Taal gebruiken en teksten schrijven voor studie, stage of werk

      Taal en tekstgebruik bij studie en werk in binnen- en buitenland Beschrijven - Beoordelen - Begrijpen - Beheersen Inhoud: o.a. Wat is communiceren? Wat is argumenteren en wat is het nut van argumentatie? Wat is een scriptie, paper of essay schrijven? Studiehulp en samenvattingen Waar vind je de samenvattingen en studiehulp voor tekstgebruik? Waar vind je de samenvattingen en studiehulp...... lees verder op de pagina
      Taalcursus in het buitenland doen en talen leren van Chinees tot Spaans
      Tussenjaar in het buitenland doen en reizen tijdens een Gap Year

      Tussenjaar in het buitenland doen en reizen tijdens een Gap Year

      Tussenjaar of Gap Year in het buitenland Trips maken - Vrijwilligerswerk doen - Werkervaring opdoen - Zelfinzicht versterken Toekomstbeeld toetsen - Tijdelijk werken - Trainingen doen Backpacken - Rond de wereld reizen - Talen leren in het buitenland Inhoud: o.a. Wat is een tussenjaar of Gap Year in het buitenland? Wat is een werkvakantie in het buitenland of een Working...... lees verder op de pagina
      Studie en kennis opdoen in binnen- en buitenland

      Studie en kennis opdoen in binnen- en buitenland

      Leren, studeren en kennis opdoen voor meer weten en wijzer handelen Competentie - Leervaardigheid - Opleiding Samenvattingen - Stage in buitenland - Studie in buitenland - Studiehulp Studiekeuze - Taalcursus in buitenland - Tussenjaar in buitenland Inhoud: o.a. Wat zijn de start- en themapagina's voor kennis en wetenschap, opleidingen en studierichtingen, studievaardigheden en tentamens halen en kennisoverdracht en tekstgebruik Wat...... lees verder op de pagina
      JoHo zoekt medewerkers die willen meebouwen aan een tolerantere wereld

      Werken, jezelf ontwikkelen en een ander helpen?

      JoHo zoekt medewerkers, op verschillend niveau, die willen meebouwen aan een betere wereld en aan een zichzelf vernieuwende organisatie

      Vacatures en mogelijkheden voor vast werk en open sollicitaties

      Vacatures en mogelijkheden voor tijdelijk werk en bijbanen

      Vacatures en mogelijkheden voor stages en ervaringsplaatsen

      JoHo: footprints achterlaten
      JoHo: pagina delen

      The world of JoHo footer met landenkaart

      Account - Bereikbaarheid - Contact - Dienstenwijzer - Gegevens - Vacatures - Zoeken